Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die cnape:

460 Dats emmer1) waer. Een eerst! ou! een eerst! ou! 1 Vanden besten! vanden besten! met volle kitten!2) 1

Een banckgheseüe:

Siet Heinsone.wat schoonderwijf compt ginder sitten! Donder gheselle:

Dats waer, ende wat leckerder druyt3) van eenen

manne!

Deen gheselle:

Willen wi er ons bi scicken met onser canne? 465 Ende hooren wi, dat *) maer zijn meysen5) en es, 1 Wi sullense hem nemen.

Donder gheselle:

Hi moet tavont aent mes, °) Want tes eenen leeliken loeten,7) Ende tvrouken en es niet om' versoeten. 8) Die es tavont mijn! — eest maer sijn meysen! 470 Suldier niet toe helpen?

Deen gheselle:

Biden storten, ») ia ick, dat moechdi wel peysen, Ende daeraf minen voet biden uwen stellen. — God segene u, brasser!

^toetten ■

Comt drincken, ghesellen.

1) emmer = zeker 2) kitte = kruik 3) wat Zekerder draytj= wat ta mooie iongen 4) dat = dat het 5) megsen =.liefje: 6) aent mes door een rnessenéevecht onderworpen worden. De „ghesellen" Wijken alzc. vechtjassen of ™ ^ bfkkesniiders" te zijn (Koopmana) 7) loete = lomperd 8) en es met om versóeten = er fs geen liever vr^wtje denkbaar 9) storte = strot, biden storten is 'n krachtterm.

Sluiten