Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Emmeken:

Willes mi doch veriaten,*) In rethorijcken slacht ic al2) den slechten 3) scolieren, Al soudic gheerne rhetorijcke hantiereu 4) Om die seven vri consten daer met te vermeerene. 5) Rhetorijcke en is met crachte 6) niet te leerene,

510 Tes een conste, die van selfs comen moet.

Alle dander consten, alsmen daer neersticheit toe doet, Die zijn te leerene met sien, met wisene, — Maer rhetorijcke es boven al te prisene; Tes een gave vanden heylighen gheeste,

515 Al vijndt men menighe onbekende 7) beeste Diese versteken8). Tes grote smerte Voer diese beminnen.

Dander gheselle:

Ey, goey herte, Moet u soe seer zijn ghebeden?

Deen gheselle:

Segt ons doch yet Wi sijn te vreden 520 Met dat ghi cont; ey, om gheselscaps wille, Ick sal oeck wat segghen.

Emmeken:

Nu, swijcht dan stille 1 Want retiorijcke wilt ghehoort ende verstaen zijn; Na mijn beste sal u een duencken9) ghedaen zijn:

O rethorijcke, auctentijcke10) conste heflijck,

t i?Vg H ^ "£) daarvan vrijsteUen 2) al = geheel en «1 3) slecht = eenvoudig 4) hanfieren = beoefenen 5) vermeeren of vermaren - vermaard te maken 6) met crachte =: door studie 7) onbekende = onkundig 8) versteken t= versmaden 9) deuncken = deuntje 10) auctentijcke = vermaard

Sluiten