Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moenen:

Emmeken, u bede ontsegge ick u no,J) Wildi, segdi, eens tot uwen vrienden varen?2)

Emmeken:

650 Ic soudt u bidden, waert u believen alsoe. Moenen:

U bede, lief, ontseg ick u no. Emmeken:

Myn moeye te Nyeumeghen, mijn oom te Venlo En sach ic in ses och 3) seven iaren.

Moenen:

Daer omme ontsegghe ic u die bede no; 655 Ic belove u, wi sullen tuwen vrienden varen.

Emmeken:

Si en weten niet, alle die mi bestaende waren, Waer ick ben ghevaren, niet te meer dan oft ick

waer ghesoncken in deerde. Ende mijn oom haddi mi in so grooter weerde! Ic weet wel dat hi menigen traen om mi geweent heeft.

Moenen:

660 Des plackaerts 4) bedinghe dat mi verbeent5) heeft, Dicwüs als ic haer die leden waende vercroken!6) Ick hadse langhe den hals ghebroken, Maer sijn bede totten wive metten witten. *) Die doetse mi altoos ontsitten;8) ick en cans niet

ghenitten. *)

V) no — ongaarne 2) varen = gaan, reizen 3) och = of 4) plackaert = huichelaar 5) verbenen — verschalken, machteloos maken 6) vercroken — preken 7) dat wijf metten witten (kteeren) - Maria 8) ontsitten = ontgaan, ontkomen 9) ghenitten — klaarspelen.

Sluiten