Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

875 Ende vliet van mi, fel viant boos! Wee mi. dat ic u oyt verkoos Ende aenriep u, verghetende die éodheit^ontfernv

Och, och, ick crighe smeken berouwen hertelijc Dat mi therte sal besluyten. *) och ick beswdte *) 880 Mijn cracht faelgeert3) ml

MOeHulpe, Lucifers leveren, longheren ende mÜte! Nu mach ik wel borlen *) blaecooghen ende huylen; Mijn meeninghe 5) wÜ hier al vuylen,') Onder die helsche guylen') wert nu mijn dart van

cleender vramen. )

Riist in aller duvel namen, 885 Oft ic draech u ghecoust, ghescoeyt') in Cacabo1»)

Emmeken:

O Heere, ontferm u mijns!

Moenen: ]& ^

Nu hoor ic wel dat achterdincken in haer gaet

cnaghen,

Tot in tswerek der woleken wil icse draghen, Toornen hooghe, ende worpense van boven neder, 890 Coemtse dan te haer selver weder,

So heeftse gheluck, die leehjeke vrucht.11) -

tuyten = tenten vgl : ^Ut^^^tcn =

geeren = begeren 4) oori^ =JT- aatóebrok 8) van diender vramt 3

Sluiten