Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorlog waren gewikkeld. Al heeft Holland eveneens zulke perioden gekend, zij zijn betrekkelijk zeldzaam gebleven. Een der oorzaken daarvan is, dat in tijd van oorlog de Nederlanders zeiven den handel op den vijand, zelfs met toestemming der overheid, bleven voortzetten, hetgeen ten gevolge had, dat men ook tegen de buitenlanders niet scherp kon optreden.

Deze handel op den vijand is later den Hollandschen kooplieden dikwijls tot grief gemaakt. In een tijd als de tegenwoordige, nu de oorlog het economisch karakter heeft aangenomen, dat hij vroeger lang niet in dezelfde mate bezat, loopt men echter licht kans, die practü'k verkeerd te beoordeelen. Men moet zich voor den geest stellen, hoe in den tachtigjarigen oorlog — den bloeitijd van den handel op den vijand —, de toestand was. Holland voerde strijd tegen Spanje; de Spaansche legers stonden aan de grenzen van de Republiek, maar het eigen land van den vijand was ver verwijderd. Spanje was voor zijn bevoorrading niet van de Hollanders afhankelijk; zouden dezen ophouden het te voorzien van het uit de Oost-Zeelanden gehaalde graan, dan zou dit werk worden overgenomen door de schepen der Hanza of door de Engelschen, die, naijverig op den Nederlandschen handel, die nog steeds de meerdere was van den hunne, elke gelegenheid zouden aangrijpen om den gevaarlijken concurrent te verdringen. Fruin heeft het zoo juist gezegd: „De Nederlandsche handel was een nauwsluitend geheel; een deel daaruit weggenomen deed het geheel in duigen vallen. Hoe zou men op het Oosten handelen als het Westen gesloten was; waartoe moest het Oostersche graan dienen, als wij het niet Zuidwaarts mochten uitvoeren? Van waar zouden wij het zout halen, dat onze eigene visscherü behoefde, en dat het Oostland van ons placht te krijgen, als wij het niet in Spanje mochten koopen? Wij zouden in korten tijd Oost en West gedwongen hebben, elkaar over ons heen de hand te reiken."

Sluiten