Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, een symbool zu'n van de erkenning van de zeggenschap der Engelschen over die zeeën. Holland weigerde, doch bij den vrede van Westminster was het genoodzaakt aan den eisch tot het strijken van de vlag toe te geven. In 1662 weet De Witt van Frankrijk de vrije visschery op de Fransche kusten te bedingen, maar in het tractaat met Karei II van Engeland van hetzelfde jaar wordt het recht tot visschern' op de z.g. Britsche kusten niet verkregen en bleef de eisch tot strijken van de vlag gehandhaafd. Ook hier weer alleen voor de Britsche Zee, maar De Witt, handig staatsman als hu' is, geeft niettemin De Ruyter instructie, voortaan overal en niet alleen voor de Britsche, maar voor alle Koninklijke Vloten te strijken, „uyt respect voor Haere respective Heeren ende Meesters als Souvereine Monarchen", en aan dit standpunt blijft hij zijn leven lang vasthouden. In verband daarmede handhaaft hu' ook in het bijzonder tegenover Frankrijk den eisch van het contra-strijken als een conditio sine qua non voor het strijken door de Hollandsche schepen; hij gaat zelfs zoover aan Frankrijk te verzoeken, dat, mocht ooit Nederland gedwongen worden het saluut aan de Engelsche vlag te brengen zonder dat het contra-strijken wordt gewaarborgd, de Fransche schepen eveneens het contra-strijken voor de Hollandsche schepen achterwege zullen laten; alles opdat toch maar in geenerlei opzicht uit het strijken de erkenning van een Dominium Maris der Engelschen zou kunnen worden afgeleid. Daarmede weet hu' de geheele kwestie terug te brengen tot een van internationale courtoisie. En steeds in die lnn voortgaande, biedt hij in 1672 aan dat: „de gantsche Vloot zal strijken voor één schip voerende 'a Konings Vlagge, mits het enkehj'k geschiedde om alle eere aan zo groot een Monarch en Bondgenoot te betoonen, en dat daaruit geen bewijs ten nadeele der vrije vaart ontleend wierdt". Wel hebben de Engelschen hierop niet willen ingaan, evenmin als op de latere overeenkomstige aanbieding van „de vlag alomme" door Willem III, en wel

Sluiten