Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

contrabandebegrip heeft gestreden. In 1646 sluit het een verdrag met Frankrijk, waarbij bepaald wordt, dat de contrabande zich tot met name genoemd oorlogstuig als wapenen, munitie, paarden en oorlogsuitrusting zal bepalen ; granen en voedingsmiddelen worden uitdrukkelijk van plaatsing op de contrabandehjst uitgesloten. In 1650 komt een overeenkomstig verdrag met Spanje tot stand, en in deze richting blijft ook De Witt gedurende zijn geheele leven werkzaam. Hij verbond er aan een verplichting van den onzijdige, den contrabandeuitvoer te verbieden. Ook hier was het weder zijn zorg voor den handel, die hem tot dit in het algemeen voor de kleine staten bedenkelijk systeem bracht. Vóór alles was hij erop bedacht den onzijdigen handel van den overlast, door belligerente oorlogsschepen en commissievaarders aangedaan, te bevrijden. Zijn streven de vlag tot criterium van de neembaarheid te maken, zou alleen dan de visitatie op zee overbodig doen worden, wanneer nog bovendien het onderzoek naar de aanwezigheid van contrabande kon worden ter zijde gesteld. Dit nu wenschte hu' te bereiken door een verbod van contrabandeuitvoer door den onzijdigen staat, en afgifte van officieele certificaten, waarbij geconstateerd was door de neutrale autoriteiten, dat het schip inderdaad geen contrabande bevatte. Daartegenover moest dan echter het contrabande-begrip beperkt worden gehouden en vóór alles scherp omlijnd.

Op het eerste gezicht kan dan ook vreemd aandoen, de bepaling in het door De Witt in 1654 gesloten vredesverdrag van Westminster met Engeland, waarbij werd overeengekomen, dat toevoer ook van levensmiddelen aan den vijand van den anderen verdragsstaat, in elk land als hoogverraad zou worden gestraft. De Witt gaf daarvan deze verklaring, dat het voorschrift alleen betrekking had op den toevoer „animo hostili", en niet was gericht „tegens die geene, die maar alleenljjck sijn Commercie drijvende, eenige Waeren van Contrebande gebraght mogte hebben

Sluiten