Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ming van de neutrale belangen, speciaal van de belangen van den handel. Worden voorstellen gedaan tot afschaffing van zeebuitrecht of contrabande, Holland is onmiddellijk gereed ze te steunen; in 1860, na den Krimoorlog en de Declaratie van Parijs, tracht het zelfs een congres bijeen te roepen tot bescherming van den handel en den privaateigendom ter zee, wat evenwel op mislukking uitloopt. Verbod van het leggen van mijnen in volle zee, verbod van de transformatie van koopvaarders tot hulpkruisers buiten het eigen gebied, verbod van vernietiging van neutrale prijzen, onbeperkt recht tot overdracht van handelsschepen der belligerenten aan de onzijdigen — dit alles is op het Nederlandsche programma te vinden.

Men zü' er zich wel van bewust, dat Holland zich lichtelü'k belachelijk maakt, als het zich, om het volgen van een politiek, die een zuivere belangenpolitiek en uiteraard eenzjjdig was, thans tot „historisch kampioen voor hel volkenrecht" wil opwerpen. Doch tevens erkenne men, dat Holland's streven, ingaande tegen het pogen, om de kleine staten tot de slippendragers der machtige belligerenten te maken, een heilzamen invloed op de ontwikkeling van het volkenrecht heeft gehad. Laten wjj niet in de fout vervallen, onder den indruk van een wereldstrijd, waartegen dit oude volkenrecht niet was opgewassen, waarin het tegen den grond werd geslagen, te miskennen het ontwijfelbaar goede, dat het aan de menschheid heeft gebracht.

Ook wat ons aandeel in de volkenrechtswetenschap betreft, kan Holland al lang niet meer pp kampioenstitels aanspraak maken. Het vaderland van een Grotius efn een Bynkershoek heeft in de 19e eeuw geen enkel volkenrechtsschrijver van beteékenis meer aan te wijzen. Het in het Engelsch geschreven en ook op Engelsche leest geschoeide „Manuel of International Law", van onzen toenmaligen gezant in China, Jan Helenus Ferguson, is het eenige alge-

Sluiten