Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Holland moge er, Professor Van Vollenhovens banbliksems ten spijt, den mannen van het Volkenrecht dankbaar voor zjjn, dat zjj hier de leiding van Bynkershoek boven die van De Groot hebben verkozen.

Het gevaar, dat zy hebben weten af te wenden, dreigt thans opnieuw. Weer wordt getornd aan de rechtsgelijkheid der oorlogvoerenden, aan het recht tot onzijdigheid, zonder de waarborgen eener onpartijdige rechtsbedeeling en rechtshandhaving. En weer is het het land, dat door zhn onbeschermde ligging tusschen de groote mogendheden en zü'n trefbaren handel het meest op de onzijdigheid is aangewezen, dat daarvan het meeste te vreezen, daarbij het meest te verliezen heeft.

Moet het zich daarom buiten den Volkenbond houden? Het zou struisvogelpolitiek zh'n. Want de gevaren die dreigen worden veroorzaakt door de nieuwe constellatie der volken, door de mogelijkheid dat, nu de evenwichtspolitiek verbroken is, nu de Volkenbondsgedachte aan den voet van het recht tot onzijdigheid de biï'1 heeft gelegd, een machtige coalitie haar wil aan de kleine staten kan opleggen, zonder dat met de kans van verzet, die tot dusver nog als rem tegen overmatige eischen kon dienen, behoeft rekening te worden gehouden. En die gevaren wendt men niet af door eenvoudig buiten den Bond te blijven.

Men wendt ze evenmin af door toe te treden in het idee, dat men, eenmaal in den Bond, met een handomdraaien de reorganisatie tot een volmaakte ordening zal weten te bewerken. Laat men zich er rekenschap van geven, dat de critiek op het Volkenbondverdrag uitgeoefend, goeddeels misplaatst is: de wereld heeft den Volkenbond gekregen, dien zh' waard was. Een Volkenbond moet, om bestaanbaar te zijn, het juiste evenwicht zoeken tusschen de noodzakelijke suprematie van het geheel en de bh' zóó uiteenloopende belangen even onmisbare autonomie der onderdeelen. Waar' dit evenwichtspunt zal moeten liggen, is niet langs theoretisch-wetenschappelh'ken weg uit te maken, doch zal

Sluiten