Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijne Heeren Leden van den Raad van Beheer Curatoren en Leden van den Senaat,

Ik dank U voor het vertrouwen, dat gij in mij gesteld hebt door mij op deze plaats te beroepen of mij daarvoor aan te bevelen; ik zal er met al mijne krachten naar streven mu' dit vertrouwen waardig te toonen. Ik moge hieraan terstond verbinden een woord van dank aan Zijne Excellentie den Minister van Buitenlandsche Zaken, voor de welwillendheid, waarmede hij mij in staat heeft gesteld, deze functie met mh'h arbeid aan het Departement te vereenigen.

Hooggeachte Van Eysinga,

Onder degenen, die in de laatste kwarteeuw de belangstelling in het Volkenrecht hier te lande hebben doen herleven, staat gü' vooraan. Wie in zijn studietijd Uwe colleges heeft mogen bijwonen zal daaraan slechts aangename herinneringen blijven mededragen. En ik geloof, dat dit niet het minst daarom is, omdat men in U, naast den man van wetenschap, steeds voelt den man, die staat in het volle internationale rechtsleven, die, in de practijk van het volkenrecht geschoold, nog voortdurend door zijn Regeering geroepen wordt om de belangen van zh'n land in het steeds van aanzicht wisselend volkenrechtelijk kampperk te verdedigen. Ik stel het op hoogen prijs uw taak eenigszins te mogen verlichten door er een deel van over te nemen, doch tegelijk ben ik mö' er diep van bewust, hoever ik bij de vervulling daarvan zal achterstaan bh' U, met Uwe groote ondervinding en Uw bewonderenswaardige kennis van het gansche volkenrecht tot in zijn uiterste schuilhoeken. Ik dank U voor den steun, dien ik steéds van U heb mogen ontvangen; ik weet, dat ik ook in de toekomst daarop nooit vergeefs een beroep zal behoeven te doen.

Sluiten