Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschilden en dat de nieuwe termen van Soenan Kali Djaga nu eenmaal hoorden bij het nieuwe tijdperk, dat was aangebroken. ').

Tegenover dergelijke tegenstanders, als men ze nog zoo noemen kan, had de Islam gemakkelijk spel met de oude godsdiensten. En de groote massa kon, evenals tijdens het bestaan der Hindoe-godsdiensten, hare oeroude animistische opvattingen, welke hoogstens een anderen naam kregen, doch in wezen onaangetast bleven, behouden.

Begaafdheid der vreemde Mohammedanen, een voorbeeldige en indrukmakende levenswijze zullen, met hun aanzien bij de bevolking, ook niet nagelaten hebben invloed ten gunste der nieuwe leer op de Inlanders uit te oefenen, te meer daar deze zelf tegenover een gloedvolle overtuiging zoo weinig stellen konden.

De afgeleefde Madjapahitsche staat als zoodanig, was, gelijk wij zagen, in den loop der 15e eeuw niet meer in staat krachten uit te zenden tot afdoende bestrijding van de gevaren, die het rijk door de pogingen tot vrijwording van zijn bekeerde vazallen en dienaren, steeds meer bedreraen. ^9

En wat ten slotte de Javanen aangaat, die zich vol ondernemingslust en zelfbewustzijn overal in den Archipel heen begaven en daar tal van aan Java onderworpen landen aantroffen — zij moeten voor Mohammed's vurige leer meer gevoeld hebben dan voor het kalmere en meer gelaten Sjiwaïsme en Boeddhisme.3)

De eerste verspreiders van den Islam waren, zooals gezegd is, kooplieden. Van voornamere, vorstelijke familie was echter Raden Rahmat uit Tjampa, de reeds meer genoemde neef der vorstin van Madjapahit. Hij vestigde zich in de buurt van Soerabaja te (Ng)atnpel denta en werd naar die plaats Soenan (Ng)ampel (in verschillende variaties) genaamd. In + 1450 trouwde hij met een Toebansche prinses, Njai Ageng Manila 3) uit de familie der Arya Tedja's (haar vader wordt toemenggoeng van Madjapahit genoemd en was waarschijnlijk één der strandgouverneurs). Uit dit huwelijk werd in i 1465 een zoon geboren, later als Soenan Bonang bekend, terwijl een der dochters, Njai Gede Maloka, later de schoonmoeder werd van den eersten Sultan van Demak, Raden Patah. Een andere zoon van Soenan Ngampel was de latere Soenan Dradjat, die dezen naam kreeg naar de plaats zijner vestiging in het Sidajoesche. Zoowel de vader als zijn beide zoons worden met nog vijf, zes anderen tot de wali's (heiligen) gerekend, die het hoofdaandeel in de bekeering van Java gehad zouden hebben. Zeker zullen ze daartoe hebben bijgedragen, doch daar het den menschen overal en ten allen

1) Dr. D. A. Rinkes, De Heiligen van Java IV in T.s. Bat. Oen. LUI pag. 435 é.v.v.

2) Schrieke. Boek van Bonang pag. 15. Zie ook dit boek voor den aard van den Islam en voorts van denzelfden schrijver: „Uit de geschiedenis van het Adatgrondenrecht I in T.s. Bat. Gen. Deel LIX 1919 afl. 1 blz. 148—150.

3) o.a. uit dezen naam leidt men af, dat de Arya Tedja's handels- en familierelaties met Manilla op de Philippijnen hadden.

Sluiten