Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK.

Opkomst van Demak. Ondergang van Madjapahit.

Wat de gebeurtenissen ten tijde van den godsdienstovergang op Java betreft — deze zijn ons slechts zeer onvoldoende bekend. Van de Inlandsche geschiedverhalen, de Babad's, n.1. kan men hoogstens zeggen, dat er wel een historische kern in zitten zal. Deze is echter zoozeer door wonderverhalen en legenden verborgen, dat het gewoonlijk niet mogelijk is, de juiste toedracht der feiten te voorschijn te brengen, tenzij met behulp van andere gegevens. Inscripties, die, zooals wij in het eerste deeltje zagen, de oude geschiedenis voor een groot deel aan 't licht gebracht hebben, ontbreken voor de nieuwere tijden bijna geheel. Vreemdelingen deelen ons ook juist over den ommekeer op godsdienstig gebied zeer weinig mede. Alleen van de Portugeezen, die in 1498 Voor-Indië over zee bereikten, bezitten wij sinds + 1500 eenige berichten over Java, maar de meeste daarvan zijn zeer onvolledig, andere onbetrouwbaar en herhaaldelijk zijn ze in tegenspraak met elkander. Zij werken dikwijls ook zeer verwarrend, doordat de eene schrijver iemand bij dezen naam, een tweede dienzelfden 1 persoon Wj een gansch anderen noemt, welke beide weer verschillen van de talrijke, van Inlandsche zijde overgeleverd. ') Bovendien kenden de Portugeezen geen Inlandsche talen en nemen zij de vreemde klanken zeer slecht op. 2) Zij leveren dus geen afdoende contröle op de Javaansche berichten. Dat de laatste die toch zoozeer behoeven en zoo wonderlijk en ongelooflijk zijn, is voor een deel hieraan toe te schrijven, dat zij niet kort na de gebeurtenissen, maar pas zeer langen tijd daarna zijn opgeteekend.3) De bekeeringstijd, die gepaard ging met zoovele oorlogen, waar weer andere op volgden, was voor rustige en onpartijdige geschiedschrijving niet gunstig.

Pas in de 18e eeuw ontwaakte weer belangstelling in geschiedenis en letterkunde, doch in die tusschenperiode van een paar eeuwen was er veel kennis van den voortijd verloren gegaan. Wat er nog van de oude literatuur restte was al vroeg door de pas bekeerde Mohammedanen vervormd en

!) Volgens Dr. Rinkes — Ts. Bat. Gen. LUI pg. 34 — draagt Soenan Goenoeng Djati in enkele Inlandsche geschriften b.v. tien tot zestien verschillende namen.

2) Veth. Java2. I.

3) Zie Dr. Hoesein Djajadiningrat. Critische Beschouwing van de Sadjarah Banten. pag. 303 en vlgg.

Sluiten