Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het nageslacht onbegrijpelijk geworden. Gedeelten van verdichte verhalen zijn blijkbaar in de geschiedboeken opgenomen alsof ze ware gebeurtenissen beschreven. En toen men in de 18e eeuw uit het vreemdsoortige materiaal een geheel ging vormen, werd, wat verklaarbaar is, de geschiedenis in een voor den Islam en 't Mohammedaansche Mataram gunstig licht geplaatst, want deze twee hadden de overwinning behaald en een overheerschende positie verworven. Aan dit alles is 't te wijten, dat er van deze voor Java juist zoo belangrijke periode zoo bitter weinig met zekerheid valt mee te deelen. Al kan men wel de lijnen aangeven, waarlangs de geschiedenis zich voortbewoog — bizonderheden ontgaan ons, en wij moeten ons voorloopig slechts met een oppervlakkig overzicht vergenoegen.

In een der laatste hoofdstukken van het Ie deel is meegedeeld, dat, waarschijnlijk in 1478 de stad Madjapahit door den Hindoeschen vorst Girindrawarddhana ingenomen, doch niet verwoest werd.') De heerschappij over het rijk ging op hem over, doch hij koos zich een andere hoofdstad. Nog in 1496 regeerde Girindrawarddhana en misschien was hij de vorst van Madjapahit die + 1498 werd omgebracht. De toenmalige koning van dat rijk n.1. had zijn patih Rakryan Poe Tahan laten vermoorden, waarom hij zelve door diens zoon Praboe Oedara, patih van Kediri, uit den weg werd geruimd. Praboe Oedara maakte zich daarop van den troon meester en had ongetwijfeld duchtig te kampen met de Mohammedaan geworden strandgouverneurs op de noordkust, die hoe langer hoe machtiger werden en reeds in 1498 eenige havens in vrijwel onafhankelijk bezit hadden. Zij waren groote kooplieden, die vele jonken in eigendom hadden, waarmee zij druk handel dreven op Malaka. Zij heetten nog wel onderdanen van den Javaanschen oppervorst te zijn, maar feitelijk rebelleerden zij aanhoudend tegen hem. Er waren er, die met elkaar samenwerkten en de voornaamste van dezen was „Pati Oenoes" (Patih Joenoes?), die in + 1511 Djapara vermeesterde. Steeds trachtte hij zijn macht uit te breiden, waardoor hij ook in botsing kwam met de Portugeezen. Sinds langen tijd n.1. koesterde hij het plan om het toen nog onder inheemsche sultans staande Malaka te veroveren, met behulp der daar woonachtige Javanenkolonie, die van zijn voornemen op de hoogte was. Zeven jaren zou hij aan de uitrusting voor die onderneming gewerkt hebben; o. a. had hij een groote strijdjonk laten bouwen, die gepantserd was met zeven lagen van een mengsel, uit kalk en olie bestaande.2) Onderwijl hadden de Portugeezen in 1511 met een kleine macht Malaka ingenomen, doch Oenoes was hierdoor nog meer geprikkeld om nu de stad op de gehate vreemdelingen te

1) Deel I blz. 105.— Wat er van het oude koningsgeslacht geworden is, is niet bekend. Aan een huwelijk met een afstammeling uit de oude vorstelijke familie ontleenen verscheiden zich opwerpende machthebbers recht op de heerschappij. Zelfs op hef eind der 17e eeuw deed Troenodjojo dit nog.

2) Veth. Java2 I pag. 269 noot 2, die hier gevolgd is, vermoedt, dat de Javanen dit „lapis" noemden = oplegsel, doublure.

Sluiten