Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bantam, waar hij door den stadhouder van den koning van Padjadjaran vriendelijk ontvangen werd. Deze ging door Faletehan's toedoen tot den Islam over, wat voor diens verdere bekeeringswerk zeer bevorderlijk was. Al spoedig achtte Faletehan nu den tijd gekomen om zich van het wereldlijk gezag meester te maken. Hij verzocht zijn zwager van Demak om troepen en tot groote ontsteltenis van zijn Bantamschen gastheer verschenen er plotseling twee duizend Javanen. Dadelijk zond de stadhouder hiervan bericht aan zijn vorst, die echter ver het binnenland in woonde, zoodat Faletehan zich snel van de stad en het omliggende land kon meester maken. Hierbij bleef het niet: in 1527 nam hij Soenda Kalapa, bij welke verovering de Hindoekoning zelf, zooals wij reeds vermeldden, sneuveldeDe Portugeesche bevelhebber Francesco de Sa, die van de verandering in den toestand van Soenda niets afwist, landde, na de schipbreuk van zijn eene schip, in de pas veroverde havenplaats, maar werd door Faletéhan verjaagd. Een tweede expeditie der Portugeezen naar West-Java in 1528, mislukte door den onwil der bemanning. Desondanks hebben eenigen tijd later de Portugeezen toch weer handelsbetrekkingen met Bantam en Soenda Kalapa aangeknoopt.

Faletehan was en bleef zoo in het bezit van Bantam en Soenda Kalapa, dat vermoedelijk na 1527 den eerenaam van Djajakarta') of Soerakarta kreeg. Het landschap Cheribon voegde hij spoedig aan zijn veroveringen toe, in welk jaar is niet bekend.2) Al het gebied kwam onder het oppergezag van den Sultan van Demak te staan, van wien Faletehan immers de vazal was en met wiens troepen de veroveringen grootendeels waren bewerkstelligd. De hoofdstad van Soenda, Pakoean, die zeer sterk en goed verdedigbaar was, werd door Faletehan nog met rust gelaten. Een aanval had hij echter van die zijde blijkbaar niet te vreezen, want in 1546 gaf hij aan den oproep van zijn heer Trenggana gehoor, om met een groote troepenmacht dezen te steunen in zijn aanval op het heidensche Pasoeroean. Als gezante zond zijn suzerein bij die gelegenheid een bejaarde vrouw Njai Pombaja geheeten — waarschijnlijk een familielid — zooals de Javanen er gaarne voor het voeren van onderhandelingen gebruiken, welke volgens den Portugees Pinto, die toevallig op dien tijd te Bantam verblijf hield, met groot eerbetoon 'door Faletehan van het schip gehaald en naar zijn paleis gevoerd werd. Terstond na dit oponthoud maakte de Bantamsche machthebber veertig schepen en zeven duizend man gereed, bij wie zich ook Portugeezen aansloten, die zich op hoop van handelsvoordeelen, verdienstelijk wilden maken. Niet lang na de expeditie (waarover later) legde Faletehan in 1552 de regeering in Bantam neer en wees hij zijn oudsten zoon Hasanoeddin tot opvolger aan. Vermoedelijk kwam de laatste alleen in Bantam aan de regeering terwijl Cheribon

J) Dit is in den vorm Djajakerta verkort tot Djakerta en overgegaan in Djaketra Djakatra, Jakatra. Zie Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Besch. pag. 76 noot I. 2) Het aangrenzende Galoeh zou in ± 1530 bekeerd zijn.

Sluiten