Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK,

De hegemonie van Demak.

Pangeran Trenggana van Demak was een goed heerscher, die er zich, volgens de overlevering, op toelegde de voorschriften van den Islam aan de oude Hindoesche instellingen te doen aanpassen.') Dat gedurende zijn bewind West-Java onder Demak kwam, zagen wij reeds. Het Heidensche Rijkje Soepit Oerang veroverde hij eveneens, nadat de hoofdstad ervan, die hij lang belegerd had, hem door list in handen viel. Eenige duiven nl. buiten de vesting voedsel zoekende, zouden door de belegeraars gevangen zijn. Deze hechtten aan haar staarten brandende lonten, zoodat de vogels, naar de stad terugvliegende, de met alang-alang gedekte woningen in brand staken. Daardoor ontstond er een algemeene verwarring, waarvan de belegeraars gebruik maakten om de sterkte zonder veel moeite te nemen. 2) Ook Mataram moet gedurende Trenggana's regeering bij Demak gevoegd zijn, want aan het eind van zijn bestuur blijkt het aan een zijner regenten toe te behooren.

De sultan bezat vele kinderen, die alle een zekere vermaardheid in de geschiedenis verworven hebben. De oudste zoon was Pangeran Moekmin, die zich vooral op godsdienstig gebied bewoog en naar zijn verblijf te Prawata,3) waar ook zijn vader in den regentijd vertoefde, Soenan Prawata genoemd werd. Hij was de moordenaar van zijn oom, den ouderen broeder van Pangeran Trenggana, n.1. van Pangeran Sekar Seda Lepen,4) wiens dood Arya Penangsang, de zoon van den verslagene, bloedig zou wreken.

Trenggana's tweede zoon, (het jongste kind) Pangeran Timoer, nam later een werkzaam aandeel in den strijd tegen het opkomende Mataram. De oudste dochter huwde met Pangeran Langgar, zoon van Kjai Gede Sampang, op Madoera. Een tweede, Ratoe Kali Njamat, was met den reeds eerder genoemden regent van Kali Njamat (Djapara), Pangeran Hadiri getrouwd; zij was een strijdbare Mohammedaansche vorstin, die haar geloofsgenooten, buiten Java zelfs, daadwerkelijk tegen de Portugeezen steunde: eerst Djohore (op Malaka) in 1550, daarna Atjeh in 1573 en 1574. 5) Wij

O Veth. Java2 I pag. 268.

2) Ibidem pag. 297.

3) Of: Proewoto ten Zuiden van Koedoes. *) Zie blz. 12 hiervoor.

5) Zie Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Besch. pag. 117.

Sluiten