Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegezegde landschap hem werd overgegeven. Eindelijk in Mataram gevestigd, woonde hij te Koeta- of Pasar Gede (3'/2 paal ten Z.O. van het tegenwoordige Djocja) en droeg als patinggi (vorst is hij nooit geweest) den naam van Kjai Gede Pemanahan.

Zijn zoon Soetawidjaja (ook: Raden Bagoes en Pangeran Ngabehi Lor ing Pasar geheeten) werd door den Panembahan Adiwidjaja als kind aangenomen en opgevoed en stond bij den vorst in hoogen gunst. Met den Kroonprins, Pangeran Banawa, stond Soetawidjaja op den besten voet. Evenals zijn vader eertijds, werd hij commandant van de vorstelijke lijfwacht.

In 1575 overleed Kjai Gede Pamanahan en werd hij begraven te Pasar Gede, waar men nog heden zijn graf aanwijst. Het hem toegevallen gebied had hij goed bestuurd en bovendien nog uitgebreid. Tot zijn opvolger wees de Sultan van Padjang Soetawidjaja aan, die nu den naam kreeg van Senapati ing alaga Sahidin Panatagama.

Deze jonge vorst ging met groote plannen om: hij wilde niets minder dan zich in de plaats van zijn heer en weldoener van de suprematie op Java meester maken. Zijn jeugdige onbesuisdheid werd beteugeld door zijn oom en patih Ki Djoeroemartani (of: Dipati Mandarika), een zwager zijns vaders, die als zijn mentor optrad, en voor wien hij grooten eerbied koesterde.

Senapati begon zijn verzet door niet, gelijk alle andere vazallen op Moeloed, naar het sultanshof op te komen en daar de huldigingsplichten te vervullen. Terstond probeerde hij aanhang te verkrijgen. Toen n.1. de mantri's van Kedoe en Bagelen, die op weg naar Padjang waren om hun. vorst de tribuut aan te bieden, bij Pasar Gede kwamen, noodigde hij ze bij zich en wist ze op zulk een innemende wijze te onthalen, dat zij allen, op één uitzondering na ingepalmd, aan Soetawidjaja de voor Padjang bestemde schatting aanboden. Daarna liet hij steenen bakken om er Pasar Gede, dat nog open lag, mee te versterken en liet tegelijk een gracht om zijn hoofdplaats graven. Dit kwam zijn heer ter oore en deze zond zijn zoon, Pangeran Banawa naar Soetawidjaja toe, om te zien wat er gaande was De prins, een groot vriend van Senapati, .... zag niets verdachts. De vader, die van zijn gunsteling ook geen kwaad kon gelooven, nam dit aan en sloeg de waarschuwingen van eenige zijner rijksgrooten in den wind.

Toen kwam Senapati nog openlijker in verzet: Een zwager van hem, Toemenggoeng Majang, viel, wegens ontoelaatbare handelingen van zijn zoon Raden Pabelan, bij den sultan in ongenade en werd naar Semarang verbannen. Nauwelijks had Senapati dit vernomen of hij riep de voor hem gewonnen mantri's van Kedoe en Bagelen op en bevrijdde Toemenggoeng Majang met geweld, waarbij vele Padjangsche mantri's het leven lieten. Deze daad eischte bestraffing en in den oorlog, die er het gevolg van was, bleef het geluk steeds met Senapati. Na een nederlaag geleden te hebben, viel de Sultan van Padjang gedurende den terugtocht van zijn olifant en werd daardoor ziek. Senapati was hem op de hielen gevolgd en legerde

Sluiten