Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Bantam onder de regeering van Hasanoeddin. ± 1552—1570.

Toen de latere Soenan Goenoeng Djati in ± 1552 Bantam voor Cheribon verwisselde, nam zijn zoon Hasanoeddin, uit het huwelijk met de Demaksche prinses geboren, als Panembahan de regeering van Bantam over. De jonge vorst was getrouwd met zijn nicht, de dochter van Pangeran Trenggana. Na den dood van dezen Demakschen vorst, toen de groote verwarring ontstond en Padjang eindelijk Demak's plaats innam, maakte Hasanoeddin van de gelegenheid gebruik om in + 1568 Bantam onafhankelijk en zelfstandig te maken. Aan dit feit is het waarschijnlijk toe te schrijven, dat hij en niet zijn vader, slechts Demak's vazal, als de eerste vorst van Bantam wordt beschouwd; dit denkbeeld kon te eerder post vatten, doordat Soenan Goenoeng Djati elders werd begraven en het graf van zijn zoon het oudst te Bantam aanwezige is.

Hasanoeddin drukte de voetstappen zijns vaders: zelfs zou ook hij de bedevaart naar'Mekka ondernomen hebben; ') den Islam deed hij dieper in zijn rijk doordringen, ofschoon daar volgens Hollandsche berichten in 1598 nog vele Heidenen woonden. De overlevering vermeldt, dat acht honderd Sjiwaïetische kluizenaars, die op den berg Poelasari tezamen woonden, allen, met uitzondering van hun leider, tot den Islam overgingen, wat voor de verdere verbreiding van de leer zeer bevorderlijk moet geweest zijn.

Toch bleef gedurende Hasanoeddin's gansche regeering het „heidensche" Pakoean nog bestaan, al geraakte dat Hindoesche gebied langzamerhand geheel door Mohammedanen ingesloten.

Veroveringen maakte de vorst aan Bantam's overwal, in de Lampongs, waarheen hij zich begaf, op verzoek van een hoofd van Toelang Bawang. Zonder dat hij eenig bloed behoefde te vergieten, breidde hij er zijn gezag — dat vermoedelijk echter niet meer dan nominaal was 2) — en het Mohammedanisme uit. De vorst van het aangrenzende Indrapoera schonk hem zijn dochter tot vrouw, die het district Silebar mede ten huwelijk bracht.

1) Dit wordt slechts in legendarischen vorm meegedeeld. Zie Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Besch. pag. 32 en 112.

2) Veth. Java2 I pag. 286 en Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Besch. blz. 125.

Sluiten