Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die, reeds Mohammedaan geworden, zich in het leger van Panembahan Joesoep bevond. Toen nu een, reeds eenigen tijd voorbereide, krijgstocht tegen Pakoean werd ondernomen, bood deze Ki Djongdjo aan, met behulp van vijf honderd man, de stad in handen van den Panembahan te spelen. Als hij slaagde vroeg hij voor zich en zijn nakomelingen voor altijd vrijstelling van belasting. Dit werd hem toegezegd en nu begaf hij zich met zijn vijf honderd man naar de Zuidelijke stadspoort, waar zijn broeder de wacht hield. Volgens afspraak verleende de laatste toen 's nachts aan Ki Djongdjo en de zijnen toegang tot de hoofdstad. De overrompeling was volkomen: de inwoners en ook de vorst geraakten door het verraad in volslagen verwarring. Vluchtelingen, die vrouwen en kinderen in de bosschen in veiligheid wilden brengen, werden gedood. Ook de koning en zijn gemalin kwamen met veel hovelingen om en de Pakoeansche troepen hadden zich over te geven. De rijksgrooten moesten allen den Mohammedaanschen godsdienst aannemen, maar werden daarop door hun nieuwen vorst in hunne ambten gehandhaafd. Aan een deel der heidensche bewoners gelukte het te ontkomen naar het eenzame gebergte van Zuid-Bantam, waar de Badoej's thans nog als hun afstammelingen worden beschouwd.')

Joesoep voltooide Bantam's versterkingen, welke reeds onder Hasanoeddin, of misschien reeds gedurende diens vader, waren begonnen, door het opwerpen van nieuwe bolwerken van bak- en koraalsteen. Ook tot deh bouw van de groote moskee in de stad zou hij den stoot gegeven hebben.

In 1580 werd Joesoep ernstig ziek en stierf hij. Na zijn dood werd Pangeran Pasarean zijn gebruikelijke naam. Zijn graf wordt nog aangewezen op de begraafplaats Pekalangan, dichtbij den straatweg naar Bantam.2) Molana Moehammad, zijn eenige zoon van de hoofdvrouw β€” uit andere huwelijken waren er nog verscheiden andere kinderen, zooals Pangeran Oepapati, Pangeran Mandalika, Pangeran Ranamanggala en Pangeran Mandoera β€” een kind van negen jaar, zou hem onder voogdij van vijf rijksgrooten opvolgen.

Eer het zoover kwam hadden er in Bantam echter dramatische gebeurtenissen plaats, die in een Bantamsche kroniek ongeveer als volgt worden verteld.3)

Terwijl Panembahan Joesoep zwaar ziek was, berustte het bestuur bij den mangkoeboemi. De ziekte van den vorst kwam ter kennis van zijn broeder, Pangeran Djapara, die door Ratoe Kali Njamat was opgevoed. Met een groot gevolg van gewapenden, waarvan Ki Demang Laksamana (admiraal) de voornaamste was, begaf hij zich, waarschijnlijk op aandrang

1) Er bestaan echter ook nog andere berichten over hun herkomst, dat ze nl. van den Tengger naar Zuid-Bantam verhuisd zouden zijn. Zie β€žDe eerste schipvaart" uitgave Linschoten Ver. pag. 31 met noot 2.

2) Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Besch. pag. 147.

3) Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Besch. pag. 147.

Sluiten