Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

Mataram onder Senapati. 1586 — 1601.

Het is te begrijpen, dat de pangerans, die onder de vorsten van Demak en Padjang gestaan hadden, niet zoo maar het gezag van den overweldiger Senapati wilden erkennen. Zij waren wat afkomst aangaat zijn meerderen en hun positie was minstens gelijk, zoo niet hooger dan die van Senapati geweest. In de eerste plaats verzette Oost-Java zich tegen hem en wel voornamelijk de Adipati van Soerabaja, die tijdens Padjang's hegemonie tot hoofd van de boepati's der „bangwetan" (de oostelijk gelegen gewesten) was aangesteld. Soenan Prapen van Giri echter, wien Senapati zijn verheffing op gepaste wijze had bekend gemaakt, trad, toen de strijd dreigde uit te barsten, als bemiddelaar op: de boepati zou zich onder Mataram's oppergezag voegen, maar Senapati moest hem dan in zijn leidende positie in Oost-Java laten. Toch was de pangeran eigenlijk niet met de schikking ingenomen en al spoedig beval hij de „bangwetan", in de eerste plaats den regenten van Madioen en Ponorogo, hem tegen Mataram te steunen. Doch Senapati zag kans zijn verbonden vijanden afzonderlijk te bevechten en na de overrompeling van den boepati van Ponorogo volgde al spoedig die van den regent van Madioen. Dit was Pangeran Timoer, de zoon van Sultan Trenggana, iemand van een zeer ascetische levenswijze, die door den eersten Sultan van Padjang daar was aangesteld. Daarna was 't de beurt van Pasoeroean. Bij een toevallige ontmoeting van Senapati met Adipati Kaniten, den dapperen bevelhebber der Pasoeroeansche troepen, kwam het tot een tweegevecht tusschen beiden, waarin Senapati zijn tegenpartij op den grond wierp. Mededoogen kende de overwinnaar niet: hij hief den gevallene op, stak hem in een schamele kleedij en liet hem, om zijn vernedering volkomen te maken, op een kreupele merrie terugrijden naar zijn vorst, die door een brief, om den hals van den overwonnene gehangen, omtrent het gebeurde ingelicht werd. De pangeran was — aldus de babad — door de behandeling, zijn veldheer aangedaan, zóó van zijn stuk gebracht, dat hij besloot zich aan den Matarammer te onderwerpen. Daarvan deed hij kond door Adipati Kaniten het hoofd af te houwen, dit met gesmolten tin vol te gieten, en het zoo Senapati toe te zenden.') Den pange-

i) Veth. Java2 I pag. 311.

Sluiten