Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De pangeran van Pasoeroean, de nu aan Senapati onderworpen regent, trachtte op het eind van 1596 en in het begin van 1597 Panaroekan en Balambangan, die op Java het Sjiwaïsme nog in eere hielden, in te nemen. De oude vorst Santa Goena, die in 1575 Panaroekan weer op de Mohammedanen veroverd had en door zijn onderdanen als een soort heilige werd beschouwd, regeerde toen niet meer. In 1588 had de Engelsche zeevaarder Cavendish hem nog als besturend vorst aangetroffen, ofschoon hij toen reeds over de honderd jaren oud was. Hij was toen in 't bezit van honderd vrouwen,') en zijn zoon, die ook niet jong meer was, had er vijftig. De oude vorst leefde in 1596 nog als kluizenaar in 't binnenland en was door zijn zoon opgevolgd. Diens dochter was door den Mohammedaanschen pangeran van Pasoeroean ten huwelijk gevraagd, welk aanzoek haar vader niet had durven afslaan. Den dag na de bruiloft werd de prinses met haar heele gevolg door haar echtgenoot omgebracht, vermoedelijk om zoo den grievend beleedigden vader tot oorlog uit te tarten. Toen deze inderdaad aanstalten tot een aanval op Pasoeroean maakte, voorkwam de moordenaar hem, door eerst het beleg voor het onder Balambangan staande Panaroekan te slaan, dat hij echter niet krijgen kon, en daarna voor Balambangan zelf. De stad had het, ondanks de hulp van haar geloofsgenooten uit Bali, Soembawa en Lombok, zwaar te verantwoorden. Lang hield zij het uit, wel wetend, dat bij overgave, alle aanzienlijken met hun gansche geslacht uitgeroeid en alle andere bewoners — vrouwen en kinderen inbegrepen — tot slaaf gemaakt zouden worden. Vóór Februari 1601 2) gaf zij zich echter over en inderdaad werd o.a. de vorst met zijn familie gedood. Door de nabuurschap van het steeds helpende Bali en de afgezonderdheid van de rest van Java, herstelde het rijkje zich toch telkens weer tot een zekere zelfstandigheid. In 1636 werd het wel weer door Mataram afgeloopen en verbrand, doch met Bali's hulp daarna weer opgebouwd; pas in 1639 werd het definitief onderworpen, maar ook toen bleven er nog tot 1697 eigen vorstjes bestaan.

Tegen het einde van zijn regeering nu had Senapati, die in 1601 overleed, Mataram's gezag uitgebreid over Midden- en Oost-Java en liet hij zijn invloed gelden in een deel van West-Java, waar Galoeh hem reeds geheel toebehoorde. De kern van het rijk, bestaande uit de erflanden van den vorst: Krapjak (= Bagelen, het westelijk deel van Kedoe), Mataram (= Djocja) met Padjang en Kedoe vormde ongeveer het tegenwoordige Djokjakarta, Soerakarta en Kedoe en had Pasar (of: Kota) Gede tot hoofdplaats, waar Senapati zijn kraton gebouwd had. Over dit rijksdeel voerde de vorst met zijn ambtenaren

J) Deze hebben zich zeer waarschijnlijk alle moeten dooden na het overlijden van den vorst. Hare lijken werden dan verbrand. Zie Veth. Java2 I blz. 255.

2) Juister mededeeling dan deze, afkomstig van den Hollandschen wereldomzeiler Olivier van Noort, bezitten wij niet.

Sluiten