Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELFDE HOOFDSTUK.

Bantam op het eind der 16e eeuw.

In het Westen van Java was Bantam op het eind der 16e eeuw tot steeds grooteren bloei geraakt; zijn handel was wel de grootste van alle plaatsen op het heele eiland en het verkeer met alle omliggende streken en steden was er het uitgebreidst. Tal van vreemde kooplieden deden de stad aan en waren op deze stapelplaats gevestigd. Op de druk bezochte markten vond men Perzen uit Khorassan, die juweelen en medicijnen ') aanbrachten; rijke Goedjaratten,a) die lijnwaad en tamarinde invoerden Turken, Arabieren, die zeer ervaren in den handel waren; Portugeezen .(d. w. z. Indo-Portugeezen uit Malaka), die lange3) Perzische broeken droegen en blootsvoets liepen. Ze werden gewoonlijk gevolgd door slaven met pajoengs, om hun aanzien te verhoogen en steeds zorgden zij er voor, hun dienaren uit verschillende natiën te kiezen, om zoo voor elk land, waar ze kwamen, een tolk te bezitten. Verder trof men er aan Pegoeanen (uit het oude Pegoe = Beneden Birma in Achter-Indië), een loos volkje, dat elk jaar met een schip naar Bantam overkwam om er ruilhandel te drijven. Zij waren vermoedelijk de importeurs der olifanten, die men in de stad als werk- en trekdier kon huren. Maleiers en Klingen, die in hooge eer stonden, leenden geld uit op interest en op bodemerij, het laatste vooral aan Abessiniêrs, die maar arme bootsgezellen waren. Klingen en Cambayers voerden ook veel katoenen kleedjes en witte stoffen aan, welke door de Bantamsche vrouwen gebatikt of met goud bestikt werden. De Bengaleezen verkochten vooral half-edelsteenen en kramerijen. De Chineezen ten slotte, bewoonden de fraaiste huizen van de stad, die gelegen waren in een afzonderlijke, door palissaden omgeven wijk, westelijk buiten de muren. Zij waren het voornamelijk, die,

J) De voornaamste dokter in Bantam was ook een Pers, een zeer deftig man.

2) Dit waren Mohammedanen, die met de kooplieden uit Cambay ook Kódja's geheeten werden, een naam, die verder ook toegepast werd op handelaren uit Constantinopel, Egypte, Goa enz. Tegenwoordig worden de Klingen zoo genoemd (Eerste Schipvaart pag. 83 noot 8).

s) Dit trof hun Hollandschen beschrijver zoo, doordat zijn landgenooten, tot het eind der 18e eeuw toe, korte broeken droegen, gelijk bijna alle Europeanen in dien tijd, de laagste klasse uitgezonderd. De Portugeezen droegen ze ter bescherming tegen de muskieten, hetgeen de Hollanders in Indië spoedig navolgden. Het kleedingstuk droeg den naam van muskieten- of muggenbroek Zie Dr. F. de Haan Priangan II blz. 766 en 767 „Muskieten".

Sluiten