Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De staatszaken was men gewoon te behandelen op een raadsvergadering, waaraan de Bantamsche edelen alle deel namen en welke 's nachts bij maneschijn op de aloen-aloen werd gehouden. In den namiddag werd er audiëntie verleend aan degenen, die zaken bij dezen raad hadden voor te dragen. De raadsleden waren in drie kringen op den grond geschaard, rondom den koning, die met zijn voornaamste ambtenaren, den mangkoeboemi, den senapati en den laksamana op één rij gezeten was. De koning legde de onderhavige kwestie aan zijn raad voor en vroeg daarover aan alle aanwezigen, van den hoogste tot den laagste, advies — waarop dan de beslissing genomen werd. Bij de bespreking van krijgszaken ontbood men er de drie honderd kapiteins bij, onder wie de gansche weerbare manschap stond. Ook rechtszaken werden door den raad afgedaan; ieder, die iets voor te brengen had, moest dat zelf, zonder bijstand van advocaten, doen.

In + 1590 verscheen te Bantam iemand, die zich de zoon noemde van den door Senapati verdreven Sultan van Demak (of van Padjang) Arya Pangiri, Pangeran Mas'), geheeten, die, terend op de vroegere macht zijns vaders, van de eene plaats naar de andere zwierf. Als familielid der Bantamsche vorsten werd hij in de stad goed ontvangen. Hij werd zelfs de leermeester van den jongen koning. Toch koesterde men tegelijkertijd eenig wantrouwen tegen hem, daar zijn moeder een Portugeesche was uit Malaka (waarheen zijn vader Arya Pangiri misschien gevlucht was) en hij zich meer en meer bij de Portugeezen aansloot. Door zijn „kwaad leven" verloor hij ook op den duur de achting der Javanen. 2) Het schijnt, dat hij zijn koninklijken leerling op de gedachte heeft gebracht om op

*) Dat deze Pangeran inderdaad een zoon was van Arya Pangiri lijkt mij niet. onmogelijk. Hij bestond Pangeran Trenggana van Demak in denzelfden graad als Pangeran Moehammad van Bantam, doch hij was ouder dan deze, daar hij 's vorsten leermeester werd en hij in 1596 reeds twee zoons bezat, waarvan een ± 20 jaar oud was. Terecht sprak Moehammad hem dan ook aan met „raka" d.i. „oudere broeder" en hij den jeugdigen vorst met „raji" d.i. „jongere broeder". De Portugeezen noemden hem „Keizer", omdat zijn vader over de meeste koningen van Java „absoluut" gebied had gehad. Door de vorsten werd hij met gevouwen handen toegesproken. Dat èn hij èn Pang. Moehammad beiden achterkleinzoons van Pang. Trenggana kunnen geweest zijn kan uit bijgaanden stamboom waarschijnlijk gemaakt worden.

Bantam TRENGGANA Demak (Padjang)

dochter X Hasanoeddin Soenan Prawata

I I a>

Joesoef Arya Pangiri v.

Demak en Padjang

| | Moehammad Pangeran Mas.

a) Aangenomen n.1. dat deze een zoon van Soenan Prawata was en aan den Adipati van Demak gelijk gesteld mag worden.

2) Tiele. De Europeeërs in de Maleische archipel pag. 390 noot 2.

Sluiten