Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE HOOFDSTUK.

De komst der Hollanders op Java. 1596.

In deze stad en op dit tijdstip (Juni 1596) was het> dat de Ho,landers hun intree op Java deden.

Tot op dien tijd waren de Portugeezen de eenige Europeanen, die in directe handelsrelatie met den Archipel stonden. Bantam, Gresik-Djaratan en Panaroekan waren, zooals wij zagen, destijds op Java voornamelijk de plaatsen, waar zij te midden van andere kooplieden, hun waren tegen specerijen inruilden. In de Molukken en op Timor namen zij een bijzondere plaatsin: daar hadden zij, in der minne of met geweld, het recht van alleenhandel verkregen, dat zij tegen hun uitgesloten concurrenten en tegen de inboorlingen, die herhaaldelijk berouw kregen over het den vreemdelingen verleende privilege, met behulp van forten en versterkingen handhaafden. Zij voerden de Indische waren via Malaka — hun voornaamste bezitting in de nabijheid van den Archipel — en Goa, den zetel van hun onderkoning in Voor-Indië, naar Lissabon, waar de kooplieden uit het overige Europa, voornamelijk de Hollanders, sinds de tweede helft der 16e eeuw heen togen om hun handelswaren tegen de specerijen, die toentertijd in het dagelijksch leven zulk een voorname rol speelden,') in te ruilen.

Dat geen andere Europeanen naar Indië voeren vond hierin zijn oorzaak, dat zij den zeeweg daarheen niet kenden, want de Portugeezen, die na veel inspanning de route in 1498 ondekt hadden, hielden deze, wegens de vele voordeelen, welke die alleenwetenschap hun aanbracht, zorgvuldig voor andere natiën verborgen. Dit leverde weinig bezwaar op, zoo lang men zich te Lissabon vrijelijk van de gewenschte artikelen kon voorzien; doch toen

i) „In vroeger tijd hadden de specerijen veel meer te beteekenen dan thans.

Ze vormden een hoofdbestanddeel van apotheek en keuken. In mengsels van peper, gember, kaneel, suiker, kruidnagelen en vooral muskaatnoten, zocht men het geneesmiddel tegen allerlei kwalen. Niet alleen maag- en ingewandskwalen, ook hoofd- en borstziekten moesten door specerijen genezen worden. Bij de zware spijzen was ook het gebruik van specerijen voor de spijsvertering noodzakelijk. Het als onmisbaar beschouwde artikel werd in hooge waarde gehouden. Tollen en schattingen werden in peper geheven. De Joden hadden b.v. in Provence grootendeels de specerijen in handen en moesten aan den aartsbisschop jaarlijks 1 a 2 pond per gemeente betalen". Tiele. De Portugeezen op weg naar Indië, in „Gids" 1872 No. 8 blz. 28, 29.

Sluiten