Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geezen, die, volgens hen ongetwijfeld de Hollanders zouden willen bedriegen. Nadat men plechtstatige bezoeken bij elkaar had afgelegd, was spoedig een contract gesloten, waardoor de Hollanders met den handel konden beginnen. Daarbij bedroog de zuinigheid hunne wijsheid echter: zij wilden met den inkoop van peper wachten, tot de nieuwe oogst binnen was gekomen, in de hoop, die dan tegen lageren prijs in te slaan. Op de Bantammers maakte dit een vreemden indruk en voor de Portugeezen, die met leedwezen de Hollanders tot Indië zagen doordringen, was het een welkome aanleiding om hunne concurrenten bij de Bantamsche regeering zwart te maken, zeggende, dat deze eigenlijk geen kooplui waren, maar spionnen, die de gesteldheid van het land kwamen opnemen. Zij zetten ook, door middel van Pangeran Mas, den Demakschen avonturier,') een aanslag tegen de Nederlandsche schepen op touw, die door de waakzaamheid van de Hollanders mislukte. Iemand uit Malaka, die den Nederlanders in alles behulpzaam was, werd door de Portugeezen uit den weg geruimd. Ongelukkigerwijs werd de verhouding met de Bantamsche regeering ook bedorven. Toen nl. de gouverneur het een en ander van de Hollandsche waren had gekocht, wat hij met peper beloofde te betalen, liet de levering hiervan, vermoedelijk door een misverstand, wat lang op zich wachten en nu werden de Nederlanders ook wantrouwend. Houtman liet zich daarna op onbehoorlijke wijze over die vertraging bij den gouverneur uit. Hij ging zelfs zoo ver, dat hij met beschieting van de stad dreigde, als de mangkoeboemi zijn belofte niet hield. Toen nu de Bantammers vreesden dat de Hollanders eenige geladen jonken der Portugeezen, die wèl peper gekocht hadden, wilden vermeesteren en zij, uit het peilen van de ree door de Hollanders, opmaakten, dat de beschieting op handen was, zetten zij Houtman met nog acht anderen gevangen. Nu ging het van kwaad tot erger. De mannen op de schepen, die met Houtman's optreden overigens volstrekt niet ingenomen waren, maakten zich uit weerwraak van eenige scheepjes op de ree meester en schoten enkele kogels op de stad af, wat den volgenden dag nog eens herhaald werd. De overheid in Bantam veroordeelde de gevangenen toen ter dood, maar durfde het vonnis toch niet uit te voeren en de gouverneur weigerde ook, de mannen aan de Portugeezen te verkoopen, iets waar dezen sterk op aandrongen. Eindelijk werden zij tegen een losprijs van 4500 gulden vrij gelaten; alles zou vergeten zijn en een nieuw contract schonk den Hollanders weer gelegenheid tot vreedzamen handel, toen de Portugeezen weer den toestand bedierven. Een hunner, juist uit Malaka aangekomen bood den mangkoeboemi tien duizend realen 2) en allerlei fraais aan, zoo deze den Hollanders

J) Hij werd in dezen tijd wegens zijn vriendschap met de Portugeezen door de Bantammers zelf zóó gewantrouwd, dat hij gedwongen was geworden buiten de muren te gaan wonen. Men vreesde, dat hij den Portugeezen de stad in handen wilde spelen. Na den mislukten aanslag op de Hollanders ging hij naar Djacatra. In 1604 werd hij ten slotte door een van zijn eigen zoons vermoord.

^) D.i. 22 duizend 500 gulden.

Sluiten