Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het handeldrijven verbood en hunne schepen vermeesterde. Inderdaad nam Djajanagara het geld aan en maakte hij bekend, dat de Bantamsche edelen niet langer wilden, dat de Hollanders inkoopen in de stad deden. Prauwen werden uitgerust en mannen aangeworven om, zooals den Portugeezen beloofd was, de vier schepen op de ree te overvallen. Toen voor de Hollanders de hoop op rustig handel drijven vervlogen bleek te zijn, besloten zij Bantam te verlaten en langs de kust van Java verder te zeilen '), waardoor de Bantammers niet meer in de gelegenheid werden gesteld hun belofte na te komen.

Voor de Portugeezen had tenslotte deze onuitgevoerde samenzwering tegen de Hollanders nog hoogst onaangename gevolgen. Toen het bericht van het verschijnen der Hollanders voor Bantam, Goa, den hoofdzetel der Portugeezen in Indië, had bereikt, werd daar onmiddellijk een groote vloot uitgerust, om de ontdekkers van hun kostbaar geheim op te zoeken en te dooden en hun schepen te vermeesteren. In het begin van 1598 kwamen de Portugeezen uit Goa voor Bantam en vonden daar geen Hollanders meer. Zij zeiden nu, dat de Bantammers hen bedrogen hadden en vroegen de tien duizend realen terug, die voor het plegen van den aanslag waren gegeven. De gouverneur antwoordde echter, dat dat geld uitbetaald was aan degenen, die het waagstuk hadden zullen ondernemen. Aan de Hollandsche schepen vermocht hij hen niet te helpen, daar die weggevaren waren, maar als de bevelhebber (Lourenco de Brito) wilde, kon hij ze op zee gaan zoeken of wachten tot ze weer terugkwamen. De Portugeesche vloot bleef nu voor de stad liggen en ging tot allerlei wandaden over. Eens maakten zij zich van de markt aan den zeekant meester en voerden toen alles wat daar aan eetwaar en koopmanschappen door de gevluchte verkoopers achtergelaten was, naar hun schepen. Daarna namen ze een volgeladen Chineesche jonk, waarvan ze den inhoud op hun schepen overbrachten. De Bantammers, in hevige woede ontstoken, rustten zich heimelijk toe en vielen met zulk een furie drie kleine Portugeesche schepen aan, dat die dadelijk in hun handen vielen; de vaartuigen stonden zóó overvol met het geroofde goed, dat het scheepsvolk riemen noch geschut hanteeren kon. Tegenwind belette de groote galjoenen de aangevallenen te helpen. Bijna alle schepelingen, onder wie een onderbevelhebber, werden gedood, eenigen werden gevangen genomen en tot slaaf gemaakt. De vrij gebleven schepen kozen zee, toen ze de groote verliezen der andere zagen en begaven zich naar Malaka, waar zij werkeloos bleven liggen. De Bantammers waren zeer trotsch op hun krijgsdaad en het op de vlucht gaan der groote Portugeesche schepen.

Toen nu in November van dat jaar (1598) de tweede vloot der Nederlanders voor Bantam kwam, werden zij tot hun verwondering, als medevijanden

i) Houtman is later door de kooplieden, die hem uitgezonden hadden, niet meer in dienst genomen, wegens zijn ruw optreden.

Sluiten