Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlanders in oorlog waren en tegen de Engelschen, die hun hier vóór waren geweest) deden zich zoo sterk voelen, dat de verschillende maatschappijen er, op aandringen der regeering, ten slotte in berustten, een deel van hun zelfstandigheid op te geven en zich tezamen aaneen te sluiten. De jegeering verleende aan deze nieuwe maatschappij een aantal voorrechten om haar krachtiger te maken en verhinderde o.a. de voor den handel op Indië zoo noodlottig gebleken concurrentie door, voor een tijdperk van een en twintig jaar, alle andere Nederlanders te verbieden handel te drijven op de streken, gelegen oostelijk van Kaap de Goede Hoop en westelijk van Straat Magelhaen. De Vereenigde Compagnie kreeg daar dus het handelsmonopolie. Verder mocht zij in naam der regeering verbonden sluiten met vorsten in het Oosten, en sterkten bouwen, gouverneurs of andere ambtenaren aanstellen en soldaten in dienst nemen.

Dat de O. I. C.') een vereeniging van verschillende maatschappijen was, bleek duidelijk uit haar inrichting. Wat vroeger een zelfstandige corporatie was geweest, werd een afdeeling of „kamer" in de nieuwe maatschappij. De voornaamste dier kamers was te Amsterdam gevestigd, de andere -te Middelburg, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen.2) De bestuurders der vroegere maatschappijen werden alle bewindhebbers der Vereenigde Compagnie, doch het groote aantal van 73 personen werd gaandeweg tot 60 verminderd. Het centrale bestuur werd door 17 van hen, gewoonlijk „de Heeren Zeventien" of „Majores" genoemd, uitgeoefend. Het kapitaal (6'/2 miljoen) was uitgegeven in aandeden, die zeer in trek waren, ofschoon het tot 1610 duurde, eer de aandeelhouders dividend uitbetaald kregen, dat toen dan ook 132 °/0 bedroeg.

Zooals men ziet was de O. I. Compagnie dus een maatschappij van kooplieden, die zich uitsluitend aaneengesloten hadden om handel te drijven in het Oosten en welke maatschappij van regeeringswege steun genoot. Zooals alle handelslichamen was ook zij door het verlangen bezield om zooveel mogelijk winst te behalen.

1) Dikwijls wordt de Compagnie met de letters V. O. C. Vereenigde Oost-Indische Compagnie aangeduid. Deze letters vindt men o.a. op de munten, door de Compagnie uitgegeven en op het geschut, dat naar Indië werd vervoerd.

2) De laatste twee plaatsen bezaten tevoren samen een maatschappij.

Sluiten