Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had men al eens over een contract met hem gesproken en men wist, dat het hem speet, toen niet op de aangeboden voorwaarden te zijn ingegaan. Hij wilde, naar het scheen, zijn rijkje weer wat vooruitbrengen, had daarom het gewilde handelsartikel, peper, meer aan laten planten en was ook van plan zijn stad te versterken. De Compagnie hoopte, dat de betrekkingen, met Djacatra tot iets goeds zouden leiden en dat tegelijkertijd de Bantammers, uit vrees voor het vertrek der Hollanders, handelbaarder zouden worden, immers zij waren te Bantam de groote afnemers geworden, die de Portugeezen hadden verdrongen en de Engelschen verre overschaduwden.

In de eerste helft van November ') 1610 kwam er een overeenkomst tusschen den Pangeran Widjaja Krama2) en de Hollanders, tot stand. De laatsten kregen daarbij verlof te Djacatra een stuk grond van 50 vademen (= 94 Meter) in het vierkant te koopen en daarop tegen betaling van 1200 realen (J 2700.—) een huis te bouwen. Van alle handelswaren, die zij te Djacatra inkochten, moesten zij den Pangeran en diens ambtenaren tolgelden bij uitvoer betalen; Chineesche artikelen echter zouden daarvan vrij zijn en ook de uitvoer van levensmiddelen zou zonder tolheffing mogen geschieden.3) Invoerrechten van hun koopmanschappen zouden niet worden gevraagd. Partijen beloofden elkaar wederzijds hulp bij een aanval van vijanden, doch begon de pangeran ergens een oorlog dan waren de Hollanders niet tot steun verplicht. Portugeezen en Spanjaarden zouden niet in de stad worden toegelaten. 4)

O Den lOden November te Djacatra, den 13den door de Hollanders te Bantam geteekend.

2) Hij was de zoon van Ratoe Bagoes Angke en Ratoe Pembajoen, kleindochter van Hasanoeddin, dochter van Pangeran Padjadjaran, zie blz. 32. Wanneer hij zijn vader opgevolgd is, is niet bekend.

3) Dit laatste is niet uitdrukkelijk in het contract vermeld. Zie De Jonge. Opkomst III pag. 352 en volgende, doch uit het niet vermelden van tollen daarop moet men opmaken, dat de uitvoer ervan vrij was. Kort hierop wordt n.1. de verleende vrijdom van tol voor levensmiddelen ingetrokken. De Jonge IV pag. IV en Van der Chys. De Nederlanders te Jacatra. Bijlagen.

*) Verdere bepalingen waren nog: De Hollanders mochten op de eilanden voor de kust hout halen voor het bouwen van schepen. Weggeloopen slaven zou men van beide zijden teruggeven. De koning beloofde zijn medewerking bij de invordering van schulden, mits daarvan dien sjahbandar kennis was gegeven. De koning en de Hollanders zouden beiden slechts hun eigen menschen in geval van misdrijf straffen.

Sluiten