Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij dan den Engelschen op West-Java vrij spel liet. Een ander plan, in verband met het vestigen van een veilig handelscentrum voor de Compagnie (waarmee men nog niet geslaagd was), bevatte: Bantam hard aanpakken en er een flink fort bouwen. Dan konden de Hollanders er de Engelschen verjagen en onderwijl de gansche krijgsmacht naar Malaka zenden, om dat op de Portugeezen te veroveren; die laatste plaats, waar nog alle handelswegen in het Oosten heen liepen, leek Coen n.1. een tijdlang het meest geschikt om het „rendez-vous" ') te vestigen.

Terwijl er nu te Bantam in deze jaren steeds moeilijkheden tusschen Ranamanggala (gesteund door de Engelschen) en de Hollanders heerschten, traden de laatsten meer met Pangeran Widjaja Krama in relatie 2) en groeide de Hollandsche factorij te Djacatra gaandeweg aan. Zij was, gelijk gezegd is, aan den oostkant van den mond der Tjiliwoeng op een nu ompaggerd terrein gelegen en bestond in 1613 uit een steenen huis met een voor logies dienende bovenverdieping, het huis Nassau genoemd. In 1616 nam de belangrijkheid van het kantoor toe, doordat Coen er, bij de nadering van een op de Hollanders afgezonden Spaansche vloot uit Manila 3) veel menschen en goederen uit Bantam naar overbracht: te Djacatra n.1. voelde Coen zich in geval van oorlog veiliger dan in Ranamanggala 's stad. En voortdurend steeg van toen af de waarde van Djacatra, daar de oneenigheden te Bantam, door de Engelschen aangewakkerd, grooter werden. De Engelschen had Coen er hevig verbitterd door een plakaat op de poort van de Hollandsche loge te hangen, waarbij den Engelschen verboden werd op de Molukken te varen. Zeer gespannen werd de verhouding, toen Coen in Januari 1618 beslag legde op een Fransch schip in de Bantamsche wateren. Dit vaartuig was bemand met vele Hollanders, die, ondanks het uitdrukkelijk verbod hunner regeering, in vreemden dienst waren gegaan. "De commandant, ook een Hollander, verborg zich met behulp der Engelschen, in het hof van den rijksbestierder, die den vluchteling niet wilde ^uitleveren en den Hollanders zelfs den handel verbood, indien het Fransche schip niet vrijgelaten werd. Dit weigerde Coen, waarop de rijksbestierder den Hollanders zooveel last bezorgde, dat Coen's geduld uitgeput raakte en hij zijn landgenooten te Bantam last gaf, de stad te verlaten. Het optreden van Ranamanggala had echter niet de instemming van den koning en de rijksgrooten, die de Hollanders voor hun stad wilden behouden, zoodat de machtige mangkoeboemi ditmaal zijn zin niet kon doordrijven. Hij moest de Hollanders bewegen

De destijds gebruikelijke term voor: het centrum van de macht en den handel in

Indië.

2) Bij een tweede contract in 1614, werd bepaald, dat een afkoopsom voor uitvoerrechten op levensmiddelen elk jaar vooruit betaald zou worden en dat Widjaja Krama dan de Chineesche huizen, vlak bij Compagnie's vestiging, om het brandgevaar, zou doen afbreken.

3) Deze onderneming der Spanjaarden liep te niet.

Sluiten