Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTTIENDE HOOFDSTUK.

Het beleg van het fort Djacatra in 1619

en

De verwoesting van de stad (30 (Vlei 1619).

Het verdere beleg van het fort had daarop een zeer zonderling verloop. Alleen bij de Engelschen zat eigenlijk het gewone oorlogsdoel: vernietiging van den tegenstander, voor. Zij wilden hun gehate concurrenten geheel Z den Archipel verdrijven, waarna zij hoopten zelf de open gekomen plaats in te nemen. Daarom waren zij er gansch niet afkeeng van het Djacatraansche fort voor zich zelve in stand te houden. Zoowe D a a ra als Bantam echter wilden juist fn de eerste plaats be.de het fort geslecht hebben, doch elk van hen zou in den grond gaarne:de voordeel ^Tlt Hollanders voor zijn stad behouden. Samengaan deden deze twee dan ook volstrekt niet, integendeel had Widjaja Krama er Bantam gaarne geheel buiten gehouden, hetgeen, gelijk wij zien zullen, niet ge^kte

Hef doel der Hollanders moest wel zijn, om hun fort en hun leven zoo lang mogelijk te behouden. Was dit zonder vechten mogelijk dan verkozen zii vredf boven oorlog, daar zij met hun weinig kruit en door vijanden omr n fin het geheel g'een kans op overwinning hadden. Aan de noordz, van het fort sloten de Engelschen met vijf schepen de ree af; ™*"m£^ zuidzijde der Hollanders lagen de versterf

geruchten lagen Bantamsche troepen ten westen van de Tjiliwoengop fe "vier van Angké. Door samen te werken ^«^J^^ dus ongetwijfeld binnen enkele dagen de overgave van he fort kunnen afdwingen. Dit gebeurde echter, tot voordeel van de Hollander» nood enMs «t eens twee samen optraden, werkte de derde zoo tegen dat er niets wel^reikt. Belegeraars en belegerden schenen elkaar in gebrek aan inz ht^l en overtreffen en het was meer aan de verdeeldheid en het onder ing wantrouwen der tegenstanders dan aan de flinkheid der Hollanders te d nkfn dat het fort bij Coen's terugkomst nog niet was overgeven KruU werd er weinig verschoten, daar de gansche oorlog hoofdzakelijk „met praatjes" werd gevoerd, zooals de G.G. later getuigde.

i) Zie het schetskaartje van den Heer J. W. IJzerman t/o pag. 78.

Sluiten