Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het fort te verkrijgen.') Zij hadden gehandeld, alsof Djacatra's suzerein, Bantam, niet bestond en alsof de Hollanders alleen hun en den Djacatranen aangingen-

Daar op die wijze het fort van Djacatra niet verdween, doch in handeri van andere vreemdelingen overging, die er voor Bantam even gevaarlijk en hinderlijk zouden worden als de Hollanders, besloot Ranamanggala zicb^niet zoo op zij te laten zetten en dank zij zijn troepen, die hij bij den mond der Tjiliwoeng plaatste en de rijke voorraden der Engelschen in de stad Bantam, kon hij een spaak in het wiel steken. Hij eischte van de Engelschen overgave van het fort in zijn handen, en van Widjaja Krama uitlevering der Hollandsche gevangenen. Hieraan zetten de Bantammers de noodige kracht bij door de bedreiging, dat zij anders de wel voorziene Engelsche loge te Bantam zouden verwoesten en door de vier duizend Bantammers zóó te legeren, dat den Engelschen de verbinding van hun batterijen aan land met hun schepen verbroken werd. De Engelsche bevelhebber ontkwam zelfs met moeite naar zijn schip.

Zoo viel het plan der Engelschen in duigen. Het optreden der Bantammers bracht hen in zulk een benarde positie, dat zij de hulp der belegerden moesten inroepen om, onder bescherming van het Hollandsche fort, een deel der kanonnen weer aan boord te brengen, zoodat, gelijk van zelf sprak, van bescherming der Hollanders door de Engelschen geen kwestie meer was. De Engelsche schepen trokken nu spoedig van de Djacatraansche ree naar Bantam af. En Widjaja Krama, die de toorn van Bantam op zich had geladen door zijn samenwerking met de Engelschen, moest, of hij wilde of niet, de gevangen Hollanders aan zijn suzerein uitleveren.

Zoo kwam er van de overgave niets en bleef het fort nog in handen der Hollanders.

Nu was de beurt aan Bantam om te probeeren, de sterkte te Djacatra in handen te krijgen en het scheen werkelijk, dat deze poging slagen zou, daar de Hollanders besloten op het door den koning voorgesteld verdrag in te gaan. Volgens dit accoord zouden zij zich met hun bezittingen naar Bantam begeven, waar zij tot den terugkeer van den G. G. bescherming zouden genieten, mits zij het fort aan den koning overleverden. Men kwam overeen, dat een vierde deel van Compagnie's goederen en de helft van het geschut aan Bantam zou overgegeven worden.

Het was den Bantammers echter zeer onaangenaam, dat de Hollanders er op sionden door hun tusschenkomst een vrijpas van de Engelschen te verkrijgen!' eer zij zich per schip naar Bantam begaven.2) Toch voelde

!) Volgens het accoord, dat zij met den pangeran van Djacatra hadden gemaakt, moesten zij de versterking aan hem overleveren. Bantam vreesde echter, en vermoedelijk terecht, dat de Engelschen, als zij het fort eenmaal in handen hadden, dat wel zouden houden.

2) Er is geen sprake van, dat zij ook over land konden gaan. Een verbinding daar bestond er dus zeer waarschijnlijk niet. Een vermoedelijk ondoordringbare moerassige wildernis scheidde Bantam en Djacatra. ,

Sluiten