Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaagde hij er in de stad te veroveren. - Pangeran Poeger werd gevangen genomen en in Koedoes geïnterneerd. ')

Pangeran Djajanagara, eveneens een oudere broeder van Mas Djolang en over Ponorogo aangesteld, begon ook een opstand, welke door een anderen zoon van Senapati echter werd bedwongen. Steeds bleef er toch nog onrust in het rijk voortbestaan en steeds stookte Soerabaja elke poging tot verzet tegen Mataram aan. Hierdoor werden de havensteden Gresik-Djaratan, die immers onder Soerabaja stonden, met groot gevaar bedreigd. Toen de panembahan in 1610 wederom in hevigen strijd was gewikkeld met weerspannige rijksdeelen, bekampte hij met succes Kertosono, Kediri en Wirosono (— Modjoagoeng), alle dicht in de nabijheid van Soerabaja gelegen en beraamde hij toen reeds plannen tot onderwerping van de twee bloeiende handelssteden. In 1612 trok Mas Djolang er met een groote macht heen en in September 1613 greep de verwoestig van Gresik-Djaratan plaats, waarna het laatste 2) hard achteruit ging.

Het land was door den voortdurenden oorlogstoestand tot een treurigen staat vervallen; de sawahs waren verwoest of bleven onbebouwd en het vee was gedood. Een besmettelijke ziekte brak uit, die in het leger van den panembahan vreeselijk om zich heen greep. De troepen werden er zoo door gedund, dat ze op Mataram moesten terugtrekken.' Ook de vorst zelf werd slachtoffer van de epidemie en in de desa Krapjak bezweek hij er aan. Naar de plaats van zijn overlijden werd de vorst later gewoonlijk Panembahan Seda Krapjak genoemd. Ook hij is te Pasar Gede begraven (1613).

Tot zijn opvolger had hij zijn oudsten zoon Mas Rangsang aangewezen, onder beding echter, dat eerst een andere zoon, de nog zeer jeugdige Raden Mas Martapoera (hij was 7 a 8 jaar) tot panembahan gekroond zou worden.3) Deze prins, die ziekelijk was, deed echter dadelijk weder afstand van den troon, die nu door Raden Rangsang'(ook: Tjakrakoesoema geheeten) werd beklommen (1613).

1) Veth. Java 2e druk I pag. 351.'

2) De muren werden geslecht, de huizen verbrand. De inwoners waren intijds met hun bezittingen gevlucht. Later werd de stad weder bewoond.

3) Aldus de lezing van Javaansche zijde, waarbij het onduidelijk blijft, waarom dit geschiedde. De vader zou er een gelofte voor afgelegd hebben. Uit Hollandsche berichten krijgt men den indruk alsof Mas Martapoera eenvoudig tot opvolger was aangewezen, doch dat hij door zijn broeder van den troon werd gestooten; zekerheid ontbreekt. Gelijk men uit het bovenstaande ziet, is er bizonder weinig belangrijks van Mas Djolang bekend.

Sluiten