Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onafhankelijke gebied, Bantam, te veroveren. Door de ligging van Batavia en haar bezit van schepen was dat echter niet dan met haar hulp mogelijk. Was Bantam eenmaal in Agoeng 's bezit, dan hoopte hij van daar uit gemakkelijk de Hollanders meester te worden. Hij liet daarom in 1622 Batavia belangrijke aanbiedingen doen, die niet rechtstreeks van hemzelf uitgingen, daar hij zich als vorst te hoog achtte om op directe wijze aan kooplieden iets te vragen. Den toemenggoeng van Kendal liet hij gezanten naar den G. G. zenden, om den Hollanders nogmaals te verzoeken gezamenlijk Bantam te veroveren, dat het onderstaan had Krawang in bezit te nemen '), een gebied dat volgens den panembahan aan Mataram toekwam.2) Gaarne zou de vorst hierover, zoo mogelijk met den G. G. zeiven en anders met diens afgezant geheime besprekingen houden.

Ofschoon de Hollanders den toeleg van Mataram wel vermoedden3) en noch de G. G. noch de bewindhebbers in Holland van plan waren Mataram ten koste van Bantam te versterken, wilden zij toch, vooral met het oog op den toevoer van rijst, zoo lang mogelijk den vrede met den panembahan bewaren en zij besloten daaróm over het „verraad" van 1618 te Djapara heen te stappen en een plechtig gezantschap naar Mataram af te zenden. Dit arriveerde, onder leiding van Dr. de Haen, te Karta, waar de onvangst door den vorst zeer eervol was.

De vijandelijkheden te Djapara gepleegd, zouden, zoo zeide Agoeng, vergeven en vergeten worden en de G. G. zou in 's vorsten gansche gebied weer vriendschap genieten. Welwillend liet hij volgen, dat hij Batavia met rust zou laten, daar hij wel begreep, dat kooplieden een versterkte plaats noodig hadden om hun goederen in te bewaren, Voor Bantam moest de „generaal" maar niet bang zijn: was hij niet sterk genoeg om het te bedwingen, dan zou hij, Agoeng, hem wel helpen. Koeltjes antwoordde de dokter, dat de G. G. geen offensieven, doch een defensieven oorlog tegen Bantam voerde en dat hij nooit het plan had gekoesterd Bantam aan te tasten, anders had hij dat wel acht, tien jaar eerder gedaan. Op deze grootspraak liet de vorst ironisch volgen, dat zijn Excellentie het misschien naliet, *

*) In hetzelfde jaar 1622 veroverde de regent van Kendal het rijkje Soekadana op Borneo (in de tegenwoordige Westerafdeeling) waarvan de'grijze vorstin (80 a 90 jaren oud) gevangen naar Mataram werd gevoerd. De drijfveer tot deze daad is 'onbekend. Veth. Java2 I, pag. 365 wijst op berichten van de onderwerping van gedeelten van Borneo aan Mataram's vijand Soerabaja.

2) Zie verder op blz. 95 van dit deeltje.

3) Later kregen zij door een te openhartige uitlating van een voornamen Javaan dayover zekerheid. Zie- De Jonge-Opkomst IV 319-320, waar ongeveer het volgende gezegd wordt: Bantam hebbende, zou de vorst vervolgens Batavia met alle list ook zien te krijgen het zou goed zijn, dat zijn Excellentie den vorst met kleine geschenken te vriend hield tot den tijd toe dat de bolwerken van Batavia heelemaal gereed waren; was dat het geval, dan zou de Matarammer er vermoedelijk niets tegen kunnen uitrichten.

Sluiten