Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwoest. Bijna alle Madoereesche vorsten sneuvelden of werden omgebracht; die van Soemenep ') ontvluchtte met zijn gezin naar Bantam. Toen Mataram echter zijn uitlevering eischte, durfde Ranamanggala, uit vrees voor politieke moeilijkheden met den machtigen soesoehoenan die niet te weigeren. Tezamen met vele andere Madoereesche edelen werd de dipati daarop binnen Karta gekrist.

De pangeran van Sampang, die zich onderworpen had, werd naar Mataram gebracht en geraakte daar bij den soesoehoenan zeer in de gunst. Hij kreeg namens Mataram Madoera te besturen, onder den titel van Pangeran Tjakraningrat. Nadat hij het eiland tot rust had gebracht, vertoefde hij gewoonlijk aan Agoeng 's hof of voerde hij het bevel over de Mataramsche troepen op Java.

Veertig duizend bewoners van Madoera liet de veroveraar naar Gresik en Djaratan overbrengen, om volgens de reeds meer toegepaste methode, op het eiland het verzet te breken en de onlangs verwoeste steden op Java weer te bevolken.2)

De hulp, welke de soesoehoenan van de Compagnie tegen Soerabaja gevraagd, doch niet gekregen had, behoefde hij in 1625 niet meer, want in dat jaar brak hij met eigen middelen de kracht der stad. Even beneden het punt waar de Brantas zich in de kali Porong en de kali Soerabaja splitst, leidde hij het water van den laatsten tak zóó af, dat de rivier bijrta droog kwam te liggen, terwijl het weinige water, dat de stad nog bereikte, door krengen, rottende planten en vruchten onbruikbaar werd gemaakt. Dit veroorzaakte in Soerabaja zulk een sterfte — de Hollanders vernamen, dat er van de vijftig a zestig duizend inwoners niet meer dan duizend overbleven — dat de stad zich moest overgeven. De overwonnen vorst zond zijn zoon met een groot gevolg, allen met touwen gebonden, tot den soesoehoenan, om dezen zijn onderwerping aan te bieden. Dit werd goedgunstig aanvaard: de pangeran mocht zijn gebied als leenman van Mataram blijven besturen en ontving zelfs een van Agoeng 's dochters tot vrouw.3)

Nu lag zoo goed als geheel Oost- en Midden-Java aan Agoeng's voeten; Giri en Balambangan, die hun onafhankelijkheid nog bewaard hadden, zouden stellig geen aanval op Mataram durven ondernemen. Giri, dat evenveel mannen als Soerabaja heette te bezitten, had reeds door den achteruitgang van den landbouw en de belemmering van den toevoer over zee veel geleden. Groot volksverloop had er uit de stad plaats gehad en eerlang zou volgens het gerucht de pangeran van Giri zonder volk zitten.

Nu was voor Agoeng de tijd gekomen om West-Java ten onder te brengen. Met de Preanger was dat in dezen tijd reeds grootendeels het

!) Zie Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Besch. pag. 163.

2) Dat van nu af Djaratan's naam uit de geschiedenis verdwijnt (Veth Java2 I 365) is niet geheel juist. Het wordt o.a. nog genoemd in 1675 als „Djotan" (De Jonge VI 193) en door Speelman in 1677 („Jortan") De Jonge VII 142.

3) Veth. Java2 I pag. 368.

Sluiten