Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

De stad Batavia in de eerste jaren van haar bestaan 1619 — 1628 en haar verhouding tot Bantam.

De stad Djacatra was op den 30sten Mei 1619 bijna geheel verwoest en haar bevolking naar Bantam gevlucht. De omstandigheden hadden nu dit terrein voor het langgezochte rendez-vous der Oost-Indische Compagnie aangewezen en een nieuwe plaats werd hier dan ook, aan de oostzijde der Tjiliwoeng, door de Hollanders opgebouwd. ') Haar steunpunt, het fort, werd al ras te klein en te zwak bevonden, zoodat men nog in 1619 aan een nieuw begon te werken,2) dat negen maal omvangrijker dan het oude was. Dit kasteel bleef nog eenigen tijd Djacatra heeten, doch werd, evenals de stad, sind 1621 Batavia genoemd.3) Evenals het oude fort, was het kasteel aan twee zijden door de zee en de Tjiliwoeng bègrensd, aan de twee overige zijden werden grachten gegraven, zoodat men de stad die er ten Zuiden van, langs de Tjiliwoeng in aanbouw was, slechts over een versterkte brug kon bereiken. Ruim en kloek werd deze aangelegd, want Coen twijfelde er niet aan, of Batavia ging een groote toekomst tegemoet. Den handel van Bantam, Djapara, Malaka en Goa zou het tot zich trekken; al die steden zou het overvleugelen. En niet alleen Coen bezat die overtuiging; volgens hem beseften alle koningen in Oost-lndië even goed als de knapste en „verrezienste" staatsman van Europa, de beteekenis van het planten van een Hollandsche kolonie te Djacatra en begrepen zij, wat er uit zou kunnen voortkomen.4)

*) Wij verwijzen voor al wat Batavia betreft naar het Gedenkboek Batavia 1619—■ 1919 van Dr. F. de Haan, dat binnenkort zal verschijnen.

2) Coen was eerst van plan het nieuwe fort op den westelijken oever der rivier te stichten op het meer vooruitstekende „Paap Jan's Land"; voor de meerdere veiligheid besloot hij ten slotte het om het bestaande heen te leggen. (Coen. bij de Jonge IV, pag. 182 en 190/1).

3) Weliswaar was het oude fort reeds den 12den Maart 1619 Batavia gedoopt, doch Coen had verzocht het Nieuw-Hoorn (naar zijn geboorteplaats) te mogen noemen. Bewindhebbers waren daar niet op ingegaan en hadden, om naijver te voorkomen, den meer algemeen-Nederlandschen naam Batavia boven dien uit Hollands Noorderkwartier verkozen (naar mededeeling van Dr. F. de Haan). Voor het gebied rondom de stad bleef de naam Djacatra gebruikelijk.

4) Zie Coen bij de Jonge IV, pag. 251.

Sluiten