Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soldaten met eenige burgers verdreef hen echter spoedig, zoodat het leger nu ten oosten der stad, op een musketschot afstands, aan weerszijden van den weg van Djacatra, ging bivakkeeren, waar het in twee kampen verdeeld, zich zóó goed met loopgraven en verschansingen van klapperstammen en bamboe beschermde, dat een kanonschot hen geen kwaad kon doen.

Binnen de stad was de moed weer herleefd na het verdrijven der nabijgelegen troepen in het zuiden; de Chineezen, die eerst met de vrouwen en kinderen mee, op de schepen gevlucht waren, keerden spoedig terug en hielpen verder flink mede bij de verdediging. De zwakke punten der versterkingen werden verbeterd en buiten de wallen liet men alles omver halen, wat tot dekking der Javanen kon dienen. Deze kwamen echter met hunne werken van hout en bamboe zóó dicht nader, dat Coen den 12den September een uitval liet doen, welke de Matarammers uit hunne loopgraven verdreef. Den 25sten September deden de laatsten toen een weloverjegden aanval op het reduit Hollandia. Aan alle kanten der stad maakten zij loos alarm en inderdaad ontging het den Hollanders in het kasteel daardoor, dat het reduit het zwaar te verantwoorden kreeg. Maar eer het volstrekt te laat was — al hun kruit hadden de vier en twintig verdedigers reeds, verschoten — kreeg Coen er nog juist bericht van en liet hij een uitval doen, welke de Javanen achteruit dreef.

Daarna werden zij geheel uit hun schansen verjaagd, een tegenslag, die hen zeer moedeloos maakte. De steeds toenemende verliezen, welke zij leden en gebrek aan voedsel droegen daar het hunne toe bij. Van de oorspronkelijk -jr tien duizend manschappen waren er, volgens gevangenen, nog een vier duizend over en velen daarvan liepen weg, om in het bosch voedsel te zoeken. Aanvallen deden de Javanen niet meer en de Hollanders, goed ingelicht over den stand van zaken bij hun tegenstanders, besloten toen den 21sten October hun legerplaatsen te overvallen. Een drie duizend man tastte de voorste aan; bij de vermeestering, die terstond plaats had, onderscheidden zich de Japanners zeer. Het tweede kamp, waarin Baoereksa en zijn zonen zich bevonden werd van verschillende kanten aangevallen en door de dapper vechtende Chineezen in brand gestoken. Gedurende het gevecht op deze plaats sneuvelden zoowel de aanvoerder als zijn zoons. De bewoners van Oekoer en Soemedang maakten toen van de verwarring onder de Matarammers «ontstaan, gebruik om naar hun Preangerbergen te vluchten, en zich op den Loemboeng te verschansen. •

Met de Matarammers, die nog op de Maroenda lagen, besloten de Hollanders ook terstond af te rekenen. Zes en dertig prauwen werden ér genomen en naar Batavia gebracht. Niettegenstaande dit succes werd de toestand der Hollanders dien dag — 23 October — uiterst hachelijk. Uit Mataram was n.1. den 22sten October het nieuwe leger van ongeveer vijf duizend man aangekomen, zonder dat de Hollanders dit hadden bemerkt; deze hadden zich aan de oost- en aan de zuid-westzij der stad gelegerd

Sluiten