Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de wegen met klapperstammen versperd. Dit zagen eenige compagnieën Hollanders toen zij naar buiten kwamen ter bescherming van Chineezen en slaven, die bij het reduit Hollandia eenige boomen moest omhakken en de genomen loopgraven zouden slechten. Zorgeloos geworden door de behaalde voordeden, deden zij, zonder eenig bevel van hooger hand, een aanval op de Javanen en dreven dezen eerst terug; door een overmacht van versche troepen, die te hulp snelden, werden de Hollanders evenwel totaal in verwarring gebracht. Zij sloegen na wegwerping van de geweren op de vlucht en werden gevolgd door de Javanen, die, als zij het gewaagd hadden, volgens Coen best de stad hadden kunnen nemen, daar er niet één gezond soldaat meer in het fort of in de stad was (er heerschte n. 1. hevige dysenterie) en de andere troepen nog niet van de Maroenda teruggekeerd waren. Bij de wallen gekomen gingen de Matarammers echter terug, met een buit van o. a. twee honderd musketten en pieken.')

Het nieuwe leger, dat met zulk een gelukkigen slag begon, had gehoopt de stad bij zijn aankomst reeds ingenomen te zullen vinden. Ook de soesoehoenan zelve had dit verwacht en den aanvoerder Soera Agoel Agoel daarom opgedragen al vast de kostbaarste buit, die gemakkelijk verduisterd kon worden, zooals het geld, de katoenen kleedjes, laken en opium in verzekerde bewaring naar Mataram te zenden. Was de stad onverhoopt nog in Hollandsche handen dan moest hij Baoereksa, Kjai Dipati Mandoeraredja en Kjai Depati Oepasanta dwingen om öf Batavia in te nemen óf zich dood te vechten en zoo dit niet gelukte moest Soera Agoel Agoel hen doen ombrengen. Alle Hollanders moesten verder zonder uitzondering afgemaakt worden. Nu bevond de aanvoerder echter, dat niet slechts Batavia nog in Compagnie's bezit was, maar dat ook Baoereksa met diens zonen gesneuveld en het leger deerlijk geslonken was. Soera Agoel Agoel sloeg zich op de borst en riep: „Wat moet ik den Mataram, mijn Heer, nu medebrengen?" Hij besloot het nog onvoltooide werk te beëindigen en zijn troepen aan verschillende kanten der stad op te stellen. Toch zag hij, na het succes op den tweeden dag, geen kans om met aanvallen iets uit te richten, daar hij, evenmin als Baoereksa, geschut bij zich had, waarop hij probeerde hetzelfde middel toe te passen, dat voor Soerabaja zulk een succes had gehad. Hij trachtte de rivier een eind landwaarts in af te leiden en de stad zoo door watergebrek tot overgaaf te dwingen. Een maand lang arbeidden hieraan eiken dag duizend man, maar vorderen deden zij niet, terwijl zij, evenals het gansche overige leger, door honger en gebrek gekweld werden. Het werk werd opgegeven. 2) Tevergeefs probeerden de Matarammers van de

x) Zestig Hollanders waren er gesneuveld; in vergelijking met het totale aantal zeer veel.

2) Al was de verlegging gelukt, dan zou Batavia nog water genoeg gehad hebben, daar men er verschillende putten met goed water had gegraven. Ook kon er, indien 't noodig was, water van Ontong Java gehaald worden.

Sluiten