Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bantammers voedsel te verkrijgen. Zij kregen slechts scheldwoorden naar het hoofd: „doodskoppen" riepen de Bantammers de' uitgeteerde Matarammers na. ') Soera Agoel Agoel liet den koning van Bantam ook om de twee grootste stukken geschut die hij bezat, verzoeken, om daarmee Batavia te dwingen. Zij werden geweigerd en het aanbod van vier kleinere stukken, dat de vorst daar tegenover deed, werd door den Matarammer afgeslagen, daar die toch van geen nut zouden zijn.

Een aanval op Hollandia werd nog gedaan door Mandoeraredja en Dipati Oepasanta, die met den krijgstocht gratie van den soesoehoenan moesten verdienen, doch succes hadden deze niet. De twee ongelukkige edelen werden nu met hun volgelingen (± 740 in aantal) gebonden en gedood, daar zij noch Batavia genomen, noch zich doodgevochten hadden. De lijken bleven onbegraven liggen.

Soera Agoel Agoel zag nergens uitkomst meer, zijn kr-ijgsmiddelen waren niet voldoende om met geweld iets te kunnen bereiken en betere kon hij niet krijgen. De stad door uithongering vermeesteren was evenmin mogelijk: de Hollanders hadden voldoenden voorraad, dien zij zoo noodig met hun schepen van elders konden aanvullen en juist de Matarammers waren het, die door gebrek in steeds grooter getale omkwamen. Bovendien zou de terugtocht binnenkort door de regens onmogelijk worden. Daarom trok Soera Agoel Agoel den 3den December (1628) met de hem nog restende troepen onverrichterzake naar Mataram af. Daar aangekomen werden zoowel hij als vele der andere edelen ter dood gebracht; de laatsten omdat ze geen overwinning hadden behaald, Soera Agoel Agoel wegens het ombrengen van Mandoeraredja en Dipati Oepasanta die, volgens Agoeng, gespaard hadden moeten blijven. Volgens een gerucht, dat Batavia bereikte, zou de keizer vier duizend menschen wegens het vruchtelooze van het beleg gedood hebben, waaronder alle vrouwen van den gesneuvelden Baoereksa.

Nog waren de tegenslagen voor den soesoehoenan niet genoeg: met list of geweld, vermeesteren wilde hij Batavia. De fouten, waardoor de krijgstocht van 1628 mislukte, zouden bij de tweede poging vermeden worden. Groot geschut vergezelde het leger van 1629 en aanzienlijke voedselvoorraden zouden in West-Java voor de troepen opgehoopt worden. De Toemenggoeng van Tegal kreeg voor dit laatste instructies. De toebereidselen, die voor het uitzenden van een veel grooter leger 2) dan de vorige keer werden gemaakt, konden onmogelijk geheel in het verborgen geschieden. Zoowel de vorsten van Cheribon als handeldrijvende Chineezen brachten

J) „Si bendoel" eigenlijk: de „uitpuilende". Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Besch. pag. 189.

2) Het juiste aantal is niet .bekend. De Hollanders vernamen, dat het 100.000 man was, maar zelf achttien zij dat overdreven. Men zeide, dat er van tien weerbare mannen negen naar Batavia gezonden werden, behalve in de stranddistricten, waar het volk voor het opzamelen der padi moest zorgen. Ook werd er verteld, dat de soesoehoenan verwachtte, dat de Hollanders ditmaal zóó bevreesd voor zijn legermacht zouden zijn, dat zij, eer het tot vechten kwam, de stad zouden verlaten.

Sluiten