Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het door de Staatscommissie werd ingediend, is als bijlage D aan dit Rapport toegevoegd.

Na de verwerping van het wetsontwerp heeft de Staatscommie zich de vraag gesteld, wat haar thans te doen stond. Deze vraag betrof in de eerste plaats de materie, welke in het wetsontwerp geregeld werd. In hoofdstuk II wordt op het te dien aanzien door de Commissie ingenomen standpunt teruggekomen.

Voor het overige heeft de Staatscommissie-gemeend de verschillende vragen, welke uit een oogpunt van duurtebestrijding kunnen worden gesteld, aan een hernieuwd onderzoek te moeten onderwerpen. Hiervoor was te meer aanleiding, waar in de afgeloopen maanden het karakter van het duurtevraagstuk in meer dan een opzicht wijziging had ondergaan. Van schaarschte kon in vele gevallen niet meer gesproken worden, terwijl, naarmate de oorlogsperiode verderaf kwam te liggen en het internationaal verkeer zich herstelde, bijzondere factoren, die zich bij de duurte van speciale groepen van goederen hadden doen gelden, meer en meer op den achtergrond traden. Ook de Regeeringsbemoeiïng met de voorziening in de eerste levensbehoeften was in de afgeloopen periode belangrijk ingeperkt. De algemeene principiëele vragen, welke uit een oogpunt van duurtebestrijding kunnen worden gesteld, kwamen hierdoor in toenemende mate op den voorgrond. Dit leidde er tevens toe, dat de Commissie zich, naast de verzameling van het statistisch materiaal, in hoofdzaak beperkt heeft tot het bijeenbrengen van gegevens ten opzichte van verschillende dezer vragen van principiëelen aard.

Tot het ontwerpen van eenig ander uitgewerkt voorstel van wet heeft de Staatscommissie bij haar voortgezet onderzoek geen aanleiding kunnen vinden.

Te dezer plaatse zij voorts nog medegedeeld, dat in het begin van October 1919 in de Staatscommissie de vraag werd te berde gebracht, of het in beginsel gewenscht was, dat de bedragen, waarmede tevoren toegezegde doch toenmaals niet meer noodige garantieprijzen geacht konden worden de werkelijke prijzen teboven te gaan, op de verbruikers werden verhaald dan wel dat deze als crisisuitgaaf ten laste der schatkist werden gebracht. Alhoewel de Staatscommissie het in het algemeen niet op haar weg achtte te liggen zich

Sluiten