Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van omstandigheden ten nauwste met de wijze van oorlogvoering samenhangende en niet in de eerste plaats van economische oorzaken, verdween. Zoo spoedig dan ook het internationaal verkeer zich herstellen ging, kon de voorziening van ons land met uit den vreemde aan te voeren levensbehoeften en andere goederen zich weder verheffen tot het niveau, waarop de naar verhouding gunstige economische en financiëele positie van het land zulks toeliet.

Al spoedig evenwel kwam aan de prijsdaling een einde en zette een hernieuwde stijging in. Dit verschijnsel, dat zich in alle landen heeft voorgedaan, is een harde ontgoocheling geweest. Het leed bleek niet met den oorlog geleden en men gevoelde te staan tegenover een ander en ernstiger probleem dan toen het verband met de abnormale oorlogsomstandigheden voor de hand lag. Het vraagstuk der duurtebestrijding werd met kracht gesteld en ter hand genomen. De instelling dezer Staatscommissie dateert hier te lande uit dit tijdperk.

Vóór alles is deze hernieuwde prijsstijging een internationaal verschijnsel. Had gedurende den oorlog het proces zich in de verschillende landen tot zekere hoogte zelfstandig voltrokken, met het herstel van het internationaal verkeer kwam, althans tusschen de landen, waar de verhoudingen niet al te zeer ontwricht waren, tot zekere hoogte een nieuw prijsevenwicht tot stand, waarbij het niveau, waarop ieder land zich vermocht te stellen, in den onderlingen stand der wisselkoersen uitdrukking vond.

De internationale factoren, die, aldus bezien, het algemeen prijsniveau beinvloeden en die ten nauwste samenhangen met de algemeene economische ontreddering in een groot deel der beschaafde wereld, kunnen hier verder onbesproken blijven.

Tegelijkertijd heeft het vraagstuk evenwel in ieder land een nationalen kant. Wat Nederland betreft valt in deze tweede periode niet op verdere toeneming der circulatie, in den vorm althans van bankbiljetten, te wijzen. Terwijl toch de hoeveelheid circuleerende bankbiljetten, welke bij het begin van den oorlog 310 millioen beliep, tegen den wapenstilstand achter in de 900 millioen telde, is sedertdien het bedrag blijven schommelen om een gemiddelde, eenigszins boven het milliard. Erkend zij, dat in dit verband enkele vragen kunnen worden gesteld, zoo o. a.

Sluiten