Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

materiaal hier te lande zijn aan te wijzen, is reeds meermalen de aandacht gevestigd. Met name is het te betreuren, dat mede door de vertraagde bewerking — de laatst gepubliceerde statistiek betreft het jaar 1917 — van de uiterst belangrijke gegevens, waarover de Rijksverzekeringsbank beschikt, nauwelijks eenig nut kan worden getrokken. Van een poging zelfstandig materiaal van eenige beteekenis bijeen te brengen heeft de Staatscommissie moeten afzien. Zelfs in die bedrijfstakken, waar reeds vóór den oorlog collectieve arbeidscontracten bestonden, kunnen vooral voor de aan den oorlog voorafgaande periode de in die contracten genoemde looncijfers stellig niet zonder meer tot basis worden genomen. Wat het overheidspersoneel betreft, stuitte de Staatscommissie eveneens op moeilijkheden. Nóch het onderzoek der Staatscommissie van 1908, noch dat der in 1919 ingestelde Commissie van advies inzake de arbeidsvoorwaarden van Rijkswerklieden, welke begin 1920 haar arbeid voltooide, heeft voor deze categorie van overheidspersoneel vergelijkbare cijfers van voldoende algemeene gelding opgeleverd, terwijl ook de op 9 December 1918 ingestelde Staatscommissie, welke o.a. tot taak heeft de loonen der werklieden in Gemeentedienst onder het oog te zien, naar de Staatscommissie vernam, op haar gebied niet over zoodanige cijfers beschikt. Naar het Centraal Bureau voor de Statistiek aan de Commissie mededeelde, is thans door het Bureau de verzameling van gegevens voor een halfjaarlijksche loonstatistiek ter hand genomen. Cijfers konden intusschen nog niet worden verstrekt. Wel heeft de Staatscommissie naast de overige in Bijlage B weergegeven cijfers, welke aan reeds bestaande bronnen zijn ontleend, van het Centraal Bureau nog enkele gegevens ontvangen over het loonverloop in de gas- en electriciteitsbedrijven van resp. 9 en 6 gemeenten, terwijl daarnevens als voorbeeld van het loonverloop van het personeel in gemeentedienst enkele aan officiëele bronnen der gemeenten Amsterdam en Rotterdam ontleende cijfers worden weergegeven.

Aan de aldus verzamelde gegevens kunnen enkele gemiddelden en indexcijfers worden ontleend, welke hieronder volgen. In staat I en II, hierna afgedrukt, konden slechts de uurloonen met elkander vergeleken worden. Zij geven dus een vergelijking van de belooning der arbeidsprestatie, een gegeven van groot belang voor de beschouwingen, welke

Sluiten