Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prijsdrukkende werking, welke van een stelsel van vrije concurrentie uitgaat, geheel of ten deele opgeheven geacht. Voorts werd erop gewezen, dat zich ook daar, waar van geen contractueel of feitelijk monopolie gesproken kan worden, verschijnselen voordeden, die wezen op een belangrijk verzwakte werking der vrije mededinging, zoowel in den groot- als in den kleinhandel. Daarbij heeft publiek in vele gevallen het gezicht op de prijzen verloren en reageert niet meer als voorheen op prijsverhoogingen. Belangrijke afwijkingen in de prijzen van eenzelfde artikel zijn zelfs in dezelfde gemeente te constateeren. > Gelijk in de Memorie van Toelichting werd uiteengezet, stonden deze verschijnselen in hun acuten vorm voor een deel in nauw verband met het voorafgaand oorlogstijdvak. Naarmate dit tijdvak verderaf komt te liggen, valt het niet te ontkennen, dat zij allengs in verschillend opzicht een deel van dit acute karakter verliezen. Niettemin blijven ook thans voor een reeks van goederen in de wijze van prijsvorming belangrijke verschillen met het tijdperk van vóór den oorlog aan te wijzen, met als gevolg mogelijkheid van verschillende vormen van prijsopdrijving, die bij een juist functionneeren van het stelsel van vrije mededinging uitgesloten zouden zijn geweest of althans binnen enge grenzen beperkt zouden zijn gebleven.

Dat intusschen, niettegenstaande deze storende factoren, tusschen de verschillende stijgingen van het inkomen van belangrijke groepen der bevolking en de voortgezette stijging der prijzen verband en wisselwerking bestaat, behoeft nauwelijks betoog.

Voorzoover de stijging van het inkomenspeil de algemeene prijsstijging niet overtreft, is zij voor de betrokken groepen in hoofdzaak te beschouwen als herstel van een verloren gegaan evenwicht. Zelfs is zij meer dan dat, voorzoover onder de huidige verhoudingen een gelijke consumtie als vóór den oorlog in doorsnede niet meer mogelijk is. Onder deze zelfde reserve zal zij, daargelaten den invloed, die van de met deze inkomensstijgingen gepaard gaande grootere koopkracht dezer bevolkingsgroepen op het prijsniveau uitgaat, zich in de eerste plaats uiten in een stabilisatie van den bestaanden toestand en zal een stijging van het arbeidsloon, waardoor aan eenzelfde arbeidspraestatie gelijke wezenlijke koopkracht wordt gegeven als vóór den oorlog, in hoofdzaak tot

Sluiten