Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolg hebben, dat aan den arbeid gelijk aandeel aan het product ten deel valt als voorheen.

Intusschen overtreft voor verschillende groepen de stijging der inkomens de gemiddelde prijsstijging en is voor enkele groepen deze inkomensstijging ongetwijfeld zelfs belangrijk grooter. Ook wat het arbeidsloon betreft moet een vergelijking van de hierboven en in bijlage B gegeven cijfers nopens verschillende loonstijgingen met de op blz. 13 afgedrukte cijfers van het Amsterdamsche Bureau voor Statistiek, indien de cijfers juist zijn, tot de conclusie leiden, dat voor belangrijke groepen van arbeiders, ongeschoolde zoowel als geschoolde en geoefende, de loonstijging vermoedelijk de stijging van de kosten van levensonderhoud teboven gaat, terwijl de belooning per arbeidspraestatie nog in belangrijk sterker mate gestegen is. In deze gevallen zal zulks moeten leiden tot een verdere verhooging der productiekosten en mitsdien, in verschillende bedrijven op verschillende wijze, in den prijs van het product tot uitdrukking moeten komen.

Nog in ander opzicht evenwel moet, gelijk reeds werd aangeduid, de belangrijke verhooging van het inkomensniveau van verschillende groepen der bevolking op het prijspeil terugwerken, en wel door de evenredig grootere koopkracht, welke deze bevolkingsgroepen dientengevolge bij haar verbruik kunnen ontwikkelen. Directe prijsstijging zal hieruit, nu het internationaal verkeer weder in groote trekken hersteld is, slechts voortvloeien voor die goederen of diensten, waarvan slechts een beperkte hoeveelheid aanwezig is, welke moeilijk op korten termijn kan worden vermeerderd. In hoofdzaak echter doet de toeneming van verbruik zich gevoelen bij artikelen van algemeen dagelijksch gebruik, welke of welker grondstoffen voor het meerendeel eene internationale markt hebben, zoodat deze in grooter hoeveelheid zullen worden aangevoerd of, wanneer het producten betreft als zuivel, suiker etc, welke een surplus tot uitvoer laten, in geringer hoeveelheid naar den vreemde zullen gaan. De invloed van de gestegen koopkracht zal zich in dit geval doen gevoelen in den vorm van een druk op de wisselkoersen en mitsdien in voortgaande depreciatie van het ruilmiddel gepaard aan eene gelijke stijging van het prijsniveau in het algemeen.

Reeds werd opgemerkt, hoe de hier besproken inkomensstijgingen in

Sluiten