Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillend opzicht tot stabiliseering van den bestaanden toestand moeten bijdragen. Vooral geldt dit van de stijging in het loonpeil. Meer en meer toch krijgt tegenwoordig ook in het particulier bedrijf het arbeidsloon tot zekere hoogte het karakter van een vasten last. Niet alleen geldt dit voor die bedrijven — en het zijn er vele — waarbij de arbeider zelf direct of indirect de voornaamste consument is en waar dus bij een algemeene verheffing van het loonpeil het evenwicht tot zekere hoogte gehandhaafd blijft, doch ook in andere bedrijven geven verschillende factoren, waaronder de collectieve overeenkomst, aan het loonniveau een stabiliteit, die grooter is dan voorheen. Ook de bedrijfsconcentratie is een factor in deze richting. Tegen een ernstigen conjunctuuromslag, met de mogelijkheid waarvan bij het vele ongezonde in de huidige ontwikkeling terdege rekening moet worden gehouden, vermag ook dit alles weliswaar weinig. Voor het overige wordt evenwel de mogelijkheid van een algemeene prijsdaling na een dergelijke algemeene verhooging van het loon stellig belangrijk kleiner en zal in ieder geval een dergelijke prijsdaling, welke noodwendig met een belangrijke loondaling gepaard zal moeten gaan, zich niet dan ten koste van veel moeilijkheden kunnen doorzetten. Gevolg is, dat, tenzij zoodanige omslag zich voordoet, aan de geforceerde onteigening van allen, die van een in geld uitgedrukt als zoodanig niet voor verhooging vatbaar inkomen — lijfrente, rente van spaargelden etc. — moeten leven, een blijvend karakter wordt gegeven en dat hetzelfde zal gelden voor die andere tot deze categorie behoorende groepen, intellectueele arbeiders en zoovele anderen, wier diensten niet of nauwelijks hooger door de maatschappij Worden beloond dan tevoren. Van de begeleidende verschijnselen der duurte is dit een van de ernstigste. Tot deze groepen behooren velen, wier door geen zorgen neergedrukte arbeid voor het cultuurbezit en voor de zedelijke en geestelijke kracht van het volk van zeer groote beteekenis is.

• De ernstige positie, waarin deze bepaalde bevolkingsgroepen verkeeren, kan intusschen niet verhinderen, dat de gemiddelde koopkracht van de bevolking in haar geheel genomen een vermoedelijk belangrijke stijging vertoont, zoodat voor den invloed, dien de duurte op het feitelijk verbruik der bevolking uitoefent, en de ontberingen, die zij haar al

Sluiten