Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegen deze cijfers kan worden opgemerkt, dat ook zij slechts een beperkt terrein bestrijken en ook op dat gebied slechts als aanwijzing mogen gelden. De cijfers toch zijn opgemaakt op grond van het feitelijk verbruik in een aantal, laatstelijk 32, arbeidersgezinnen uitsluitend te Amsterdam. Wel behooren de kostwinners dezer gezinnen tot een groot aaHtal verschillende bedrijven en is er, naar de Staatscommissie vernam, zooveel mogelijk naar gestreefd gezinnen te nemen, die als vertegenwoordigers hunner groep kunnen gelden. Voor deze op zichzelf stellig belangrijke stedelijke bevolkingsgroepen kan dus uit deze cijfers tot zekere hoogte een conclusie worden getrokken. Van verdere strekking zijn zij echter niet.

Zijn cijfers, welke een directe vergelijking van prijsstijging en gemiddelde toeneming van koopkracht der gansche bevolking mogelijk zouden maken, dus niet te geven, indirect kan voor de vraag, waarom het hier gaat, zekere aanwijzing gevonden worden in de gegevens omtrent de ontwikkeling van het verbruik van verschillende artikelen. Twee artikelen, waarvoor zoodanige gegevens bestaan, zijn hierbij inzonderheid van beteekenis, n. 1. boter en suiker. Beide toch behooren tot die levensbehoeften, die geacht kunnen worden op de grens te staan der eerste levensbehoeften. Bovendien is bij boter vervanging door andere goedkoopere vetsoorten, in de eerste plaats margarine mogelijk, terwijl van weinig artikelen het verbruik zoozeer voor uitzetting en inkrimping vatbaar is als van suiker. Er komt bij, dat zooals de cijfers in Bijlage A onder B2 uitwijzen, boter en margarine beide, al stijgende, in ruwe trekken hun oude onderlinge prijsverhouding gehandhaafd hebben, terwijl beider stijging thans ongeveer overeenkomt met het berekend gemiddelde der voedingsmiddelen in het algemeen. Het indexcijfer van de op bon verkrijgbare suiker is thans 125. Zoo spoedig evenwel het verbruik een half pond per week teboven gaat, moet een hoogere prijs betaald worden, welke eveneens met het berekend algemeen gemiddelde der voedingsmiddelen vrijwel overeenstemt. Onder deze omstandigheden mag men inderdaad in de ontwikkeling van het verbruik van beide artikelen een belangrijke aanwijzing zien voor beantwoording der vraag, of en in hoeverre de gewijzigde prijs- en inkomensverhoudingen inperking van verbruik voor de bevolking in haar geheel genomen ten gevolge hebben gehad.

Sluiten