Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemeene gelding moeten zijn, dus met verschillen tusschen individueele producenten geen rekening kunnen houden en het voorts uiterst moeilijk is de maximumprijzen voortdurend tot de wisselende marktverhoudingen in juiste verhouding te doen blijven.

Naast het denkbeeld van algemeen geldende maximumprijzen staat dat van plaatselijke maximumprijzen. Aangezien bij de overwegingen, die tot het ontwerp-duurtewet hebben geleid, in de Staatscommissie ook de vraag te berde was gebracht, of het niet wenschelijk zoude zijn om, wanneer tot in de instelling van plaatselijke duurteorganen mocht worden besloten, tevens de mogelijkheid te openen plaatselijke maximumprijzen onder strafsanctie in het leven te roepen, werd bij het als bijlage C hierachter afgedrukt schrijven van 23 September 1919 eveneens daaromtrent een vraag tot de gemeentebesturen gericht. In de ontvangen antwoorden bestaat op dit punt veel verschil van gevoelen. De meerderheid intusschen gevoelt niet voor het denkbeeld. Men vreest aan den eenen kant een betrekkelijk gering resultaat, aan den anderen kant wijst men op de groote bezwaren, die zich kunnen voordoen, zoo spoedig tusschen dr in nabijgelegene gemeenten geldende maximumprijzen belangrijke verschillen zullen blijken te bestaan. Voorts wordt gewezen op de moeilijkheid ook deze maximumprijzen steeds op juiste wijze aan de wisselende marktverhoudingen te doen aanpassen. In het ontwerp werd dan ook het denkbeeld der maximumprijzen niet overgenomen, doch in art. 43 een ander stelsel gevolgd, gebaseerd op in overleg met den handel vastgestelde en door dezen geaccepteerde normaalprijzen.

De genoemde vraag heeft enkelen gemeentebesturen aanleiding gegeven zich tevens uit te spreken over het stelsel van maximumprijzen in het algemeen. Met een beroep op de ervaring der oorlogsjaren wordt tegen het denkbeeld gewaarschuwd. Alleen het gemeentebestuur van Amsterdam meende destijds, dat het van groot belang zoude zijn indien voor vele artikelen weder algemeen geldende maximumprijzen werden ingesteld.

B. Toeslagen op prijzen van eerste levensbehoeften. Duurtebestrijding in dien zin, dat gepoogd wordt op de prijsvorming in het vrije verkeer een drukkenden invloed uit te oefenen, wordt met

Sluiten