Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voren treedt, soberheid en arbeidzaamheid der geheele bevolking volstrekte voorwaarden zijn, komt de Staatscommissie, wat de verschillende vormen van duurtebestrijding betreft, tot de volgende conclusies:

1. Aan algemeen geldende of plaatselijke maximumprijzen kan uit een oogpunt van duurtebestrijding slechts zeer beperkte beteekenis worden toegekend.

2. De vraag naar de wenschelijkheid van toeslagen op eerste levensbehoeften moet beoordeeld worden naar den feitelijken omvang van het verbruik in verband met de gemiddelde koopkracht der bevolking. Hiervan uitgaande acht de Staatscommissie uitbreiding van het stelsel niet wenschelijk. Voor handhaving van den toeslag op bruinbrood zou moeten vaststaan, dat omvangrijke maatschappelijke groepen slechts over een zeer beperkte koopkracht kunnen beschikken en dat door deze groepen van het bruinbrood gebruik wordt gemaakt.

3. Als overgangsmaatregel is onder de huidige omstandigheden voor zuivelproducten en suiker het stelsel van prijsverlaging voor binnenlandsch verbruik te aanvaarden. De beschikbaarstelling behoort te geschieden tegen prijzen, die in verband met de algemeene prijs— en inkomensstijgingen redelijk zijn te achten.

4. Ter bestrijding van het euvel van opdrijven en hooghouden van prijzen is practisch resultaat in hoofdzaak slechts te bereiken langs een stelsel van ingrijpen in bestaande contracten en terugbrengen van prijzen, waarnaast aan strafbepalingen aanvullende beteekenis kan worden toegekend.

De factoren, die het genoemde euvel in de hand werken, doen zich, naarmate de oorlogstoestand verderaf komt te liggen, niet meer in denzelfden acuten vorm voor. Niettemin blijven in de wijze van prijsvorming van een reeks goederen belangrijke verschillen met het tijdperk van vóór den oorlog aan te wijzen, die mogelijkheid laten tot verschillende vormen van prijsopdrijving, welke bij een juist functionneeren van het stelsel van vrije mededinging uitgesloten zouden zijn geweest of binnen enge grenzen beperkt zouden zijn gebleven.

5. Credietverleening van overheidswege teneinde te voorzien in de gestegen kapitaalbehoefte van coöperatieve verbruiksvereenigingen verdient als overgangsmaatregel toejuiching, mits aan de credietverleening de

Sluiten