Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben moeten besteden

in:

bij de tegenwoordige levenswijze, zooals deze door rantsoeneering en andere gedwongen bezuinigingen wordt beinvloed:

wanneer de levenswijze van 1910—'11 steeds mogelijk ware gebleven:

Februari/Maart 1917 . . .

Augustus 1917

Februari/Maart 1918 . . . Augustus/September 1918 . November/December 1918 .

Maart 1919

Juni 1919

'. „ 164,80

ƒ 127,8a „ 137,30 „ 143,80

„ 160,30 „ 164,80 „ 178,60

/ 132,10

„ 141,60

„ 162,80

„ 182,10

„ 176,20

„ 182,90

„ 193,90

Ook bij deze cijfers blijkt omstreeks het sluiten van den wapenstilstand een zekere daling, doch daarna weder een voortgezette stijging.

2. Gelijk het verschijnsel zelf, zijn ook de oorzaken der duurte voor een belangrijk deel van algemeen, internationaal karakter. Het is onnoodig het proces, dat zich gedurende den oorlog in een groot aantal landen, oorlogvoerende en neutrale, in hoofdzaak langs dezelfde lijnen voltrokken heeft, hier uitvoerig te teekenen. De schaarschte aan goederen, zelve gevolg van het onttrekken van een groot aantal handen aan de normale vredesproductie, van het beslagleggen voor oorlogsdoeleinden op een groot deel der internationale scheepsruimte, van de economische maatregelen der belligerenten, van den duikbootoorlog en andere in gelijken zin werkende factoren, werd met het voortduren van den oorlog steeds grooter. Het natuurlijk gevolg was prijsstijging, geaccentueerd door de ontzaglijke behoeften der regeeringen voor oorlogsdoeleinden. Door deze prijsstijging werd een drang in het leven geroepen naar verhooging van loonen en vaste salarissen, waardoor eenerzijds de productiekosten werden verhoogd en anderzijds de koopkracht van groote groepen der maatschap^}, in geld uitgedrukt, toenam. Dit alles, gevoegd bij het stijgen in koopkracht van die groepen, voor welke zulks reeds dadelijk uit de prijsstijging als zoodanig voortvloeide, en in de hand gewerkt door de verzwakking, die de waarde van het geld in tal van landen in meerdere of mindere mate onderging, moest op zijn beurt voortgezette prijsstijging ten gevolge hebben. Aldus ontstond een wisselwerking, die zoolang de schaarschte niet werd opgeheven, moest voortgaan haar werking te doen gevoelen. In de meeste landen is gepoogd door regeeringsingrijpen dit proces binnen perken te houden. De eigen productie werd op allerlei wijs geprikkeld, de invoer uit den vreemde zooveel mogelijk bevorderd, in verband waarmede op een grooter of kleiner deel van de nationale scheepsruimte beslag werd gelegd. Bovendien werd voor de levensbehoeften, waarbij het tekort zich het

Sluiten