Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. In het wetsontwerp wordt de instelling voorzien van een centralen duurteraad (art. 1) en van districtsgewijs door het land verspreide duurteraden (art. 26). Aan betde lichamen, welke van tijdelijken aard zijn gedacht, worden bevoegdheden toegekend, die naar Nederlandsche begrippen diep in het bedrijfsleven ingrijpen. Beide krijgen bevoegdheid tot het terugbrengen van onredelijke prijzen in contracten, de duurteraden ten opzichte van.den kleinhandel en daarmede gelijk te stellen bedrijven, de centrale raad in de overige gevallen (artt. 3, 27). De centrale raad ontvangt voorts bevoegdheid tot het vernietigen van concurrentie-werende bedingen en tot het vernietigen van overeenkomsten in het algemeen/ Daarnevens wordt in artikel 2 van het ontwerp aan den centralen duurteraad bevoegdheid gegeven tot het instellen van onderzoek in bepaalde bedrijfstakken, een bevoegdheid waaraan, gelijk reeds werd opgemerkt, eveneens beteekenis moet worden gehecht. Het materiaal, dat op verzoek van de bij Koninklijk Besluit van 23 Augustus j.1. n°. 58 ingestelde Staatscommissie in zake de duurte van verschillende zijden te harer beschikking is gesteld, zal in dit verband voor den centralen raad van nut kunnen zijn. Met de bewerking van dit materiaal wordt middelerwijl door de Staatscommissie voortgegaan.

De omvang der toegekende bevoegdheden maakt de samenstelling van den centralen raad en van de duurteraden tot een punt van groot gewicht. Voorgesteld wordt bovendien aan den centralen raad tenminste twaalf buitengewone leden toe te voegen met raadgevende stem, waardoor de raad de beschikking zal erlangen over de ervaring en het inzicht van personen, die kunnen gelden als vertegenwoordigers van verschillende takken van het bedrijfsleven, de coöperatie en verdere maatschappelijke groepen, (artt. 5, 6, 3e lid). Waar de districtsraden zich uitsluitend met den kleinhandel zullen bezig houden en bovendien in de meeste gemeenten van eenige beteekenis, naar vertrouwd wordt, over de deskundigheid der plaatselijke duurtecommissies zullen kunnen beschikken, zijn bij deze colleges buitengewone leden, naar het voorkomt, overbodig (art. 29).

Waarborgen zijn verder gezocht in de bepalingen nopens het aantal leden, dat aan de werkzaamheden behoort deel te nemen. De afdeelingen van den centralen raad, die tot het instellen van onderzoek bevoegd zullen zijn, zullen bestaan uit tenminste drie leden en twee buitengewone leden, terwijl de duurteraden steeds met drie leden zullen moeten besluiten, (artt. 7, 30). Willen de afdeelingen van den centralen raad gebruik maken van de bevoegdheid tot ingrijpen in contracten, dan wordt het getal der leden, zoo voor het voorafgaand verhoor als de beslissing zelve, uitgebreid tot tenminste vijf (artt. 8, 21).

Ernstig is voorts de vraag overwogen, of niet van de besluiten van den centralen raad hooger beroep op eenig ander college behoorde open te staan of vernietiging door de Kroon mogelijk behoorde te

Sluiten