Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen. Op zichzelf zijn aan eene hernieuwde beoordeeling der zaak in tweede instantie ongetwijfeld voordeden verbonden. Bezwaarlijk is echter een rechterlijk of ander college aan te wijzen, dat in beroep met gelijke kennis van zaken zou kunnen oordeelen, te meer waar het ingrijpen in contractueele verhoudingen door den centralen raad in vele gevallen het gevolg zal zijn van en zal samenhangen met een uitvoerig en systematisch onderzoek door den raad in een bepaalden bedrijfstak ingesteld. Voor vernietiging door de Kroon geldt hetzelfde. Groote kans zou er bovendien bestaan, dat het vragen van voorziening regel zou worden, zoodat het betrokken departementshoofd zich voor voortdurende moeilijkheden zou zien gesteld. Ten slotte doet zich hier nog het bezwaar voor, wat het gevolg van zoodanige vernietiging zou zijn, wanneer intusschen de door den raad teruggebrachte prijs of de vernietiging van een overeenkomst of eoncurrentie-werend beding grondslag is geweest van verdere handelstransacties.

Van de besluiten der districtsraden is evenmin beroep toegestaan. Aan den centralen raad wordt evenwel in artikel 31 van het ontwerp bevoegdheid gegeven besluiten, waarbij de duurteraad zijne wettelijke bevoegdheid heeft overschreden, te vernietigen. Overigens zal de centrale raad, aan wien van alle besluiten tot prijsverlaging door de duurteraden een afschrift wordt toegezonden (art. 32), zijnerzijds door de in artikel 34 voorgeschreven geregelde samenkomsten met de voorzitters der duurteraden en op andere wijzen eenheid van opvatting kunnen bevorderen. In verband hiermede wordt het gevaar, dat duurteraden zich onbevoegd zullen verklaren waar naar het oordeel van den centralen raad de zaak te hunner competentie staat, niet groot geacht, te minder waar, blijkens de ervaring met verschillende crisismaatregelen opgedaan, het begrip „kleinhandel" geacht mag worden in de praktijk voldoende vast te staan.

Terwijl voor het ingrijpen van den centralen duurteraad in contractueele verhoudingen niets is bepaald en dit college dus geheel vrij is hiertoe over te gaan, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van een der partijen, is voor het ingrijpen der duurteraden een voorafgaande klacht van den belanghebbende of van de plaatselijke duurtecommissie voorgeschreven (art. 27, 38 onder b). In theorie zou het hier wellicht aanbeveling verdienen daarnevens de mogelijkheid van zelfstandig optreden van den duurteraad open te laten. Practisch zou dit echter tot moeilijkheden leiden, die het ongeraden doen voorkomen op het denkbeeld in te gaan. Het gaat hier toch om contracten in den kleinhandel, dikwijls van een soort, gelijk er dagelijks honderden worden afgesloten. Niet op klacht optredend zou de duurteraad voor de moeilijke vraag staan, welk speciaal contract hij zou moeten aantasten. Immers alle gelijksoortige contracten in zoodanig geval aan te tasten, is feitelijk onmogelijk. Het vereischte van klacht heft deze moeilijkheid op, terwijl door de klacht aan een termijn te binden (art. 27, 3e lid), bovendien voorkomen wordt,

Sluiten