Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zal de raad zich ongetwijfeld ervan onthouden een bevel tot teruggave van een bepaald bedrag af te geven en dusdoende een oordeel te geven, dat toch partijen niet bindt. Het gevolg zal zijn, dat degeen, die meent op zoodanige betaling aanspraak te hebben, die aanspraak op de gewone wijze geldend kan maken door een geding bij den burgerlijken rechter.

Artikel 23, tweede lid, schrijft voor, dat het bevel aan hem, tot wien het gericht is, bij deurwaardersexploit wordt beteekend. Afdoende waarborg, dat het bevel hem bereikt, is noodig, vooral waar het bij den centralen duurteraad kan gaan over zeer groote bedragen. Dat de beteekening op zijn kosten geschiedt, schijnt billijk. Wordt het bedrag zonder meer door hem terugbetaald, dan blijft de beteekening uiteraard achterwege.

Art. 7. Het artikel schrijft niet voor, doch laat de gelegenheid tot, het vormen van afdeelingen, hetwelk voor een doelmatige werkwijze van belang kan zijn. Het verdeelen van de onderzoekingen in verschillende takken van nijverheid en handel over onderscheiden afdeelingen bevordert een vlug werken. Het maakt tevens een juiste verdeeling van de buitengewone leden over de werkzaamheden van den raad mogelijk.

Aflt. 9—20. Verwezen mag worden naar de artikelen 3 en volgende der Crisis-enquêtewet, van welke bij de samenstelling van het ontwerp een dankbaar gebruik is gemaakt. De artikelen geven den raad verschillende bevoegdheden, zonder welke hij zijn taak bezwaarlijk zou kunnen volvoeren, zooals de toegang tot plaatsen en woningen, inzage van boeken, oproepen van getuigen en deskundigen en hooren van dezen zoo noodig onder eede.

Art. 12, tweede lid. Elke wijze van oproepen, door den raad doelmatig geacht, is toegelaten (per brief, telefoon enz.). Bepaalt de raad, dat de oproeping door middel van dagvaarding zal geschieden, dan geeft het derde lid de noodige regeling.

Art. 21. Het schijnt onnoodig in het bijzonder te vermelden, dat partijen zich desgewenscht door een raadsman kunnen doen bijstaan.

Art. 22. Het belang van openbaarmaking van het resultaat van door den centralen raad ingestelde onderzoekingen is hierboven op bladzijde 7 reeds toegelicht.

Anders dan bij de districtsraden, die hun besluit aan belanghebbenden mededeelen, is in het tweede lid voor den centralen raad eene dergelijke mededeeling niet voorgeschreven. De zaken door den centralen raad behandeld zullen in den regel van zoodanigen aard zijn, dat veilig mag

8

Sluiten